Feeds:
Berichten
Reacties

Bijna geruisloos passeert het: een bericht dat ik online bij De Standaard zag knipperen. Intussen werd het overgenomen op deredactie.be en na de zwemtraining die hier ergens als pauze tussen de alinea’s is geslopen, kreeg het nieuws ook wat aandacht op één. Het kopt in elk geval niet tussen de meest gelezen artikels.

‘Pas automatisch Belgische nationaliteit als beide ouders Belg zijn’.

Ik fronste toen ik het las. Ik knipperde. Las het nog eens. En nog eens. Tot ik zeker wist dat het er stond. We lezen dit en denken ‘zo zo’ en we scrollen verder.
Ik snap het niet. Waarom laten we dit zo achteloos passeren? Léés wat er staat!
Een kamerlid dient een voorstel in om kinderen wiens ouders niet allebei Belg zijn slechts ‘voorwaardelijk’ in de palm van ons Belgenland te laten schrijven. Tussen hun 18de en 28ste kunnen ze dan een burgerschapstest afleggen om te bewijzen dat ze het ‘verdienen’ om Belg genoemd te worden. Maar: er zijn uitzonderingen waardoor je een vrijstelling kunt krijgen. De Belgische staat schenkt je in bepaalde gevallen genade. Dan mag je na een papieren strijd tóch zonder test toetreden tot het clubje der Belgen. Op de tweede rij weliswaar. Ziet niet iedereen hoe vreselijk fout dit is?

Idiote ideeën zullen er altijd zijn en ik blijf nog steeds vurig hopen dat dergelijke zaken nooit (meer) een opening zullen vinden en effectief in onze maatschappij zullen worden neergepoot. Maar wat ik niet snap, wat mij echt zorgen baart, is dat dit niet op meer weerstand stuit. Als we dergelijke onzin horen, waarom komen we dan niet massaal in opstand? Waarom veroorzaakt dit geen kleine (liefst een grote) politieke rel? Zoals ik eerder aanhaalde, dit bericht staat zelfs niet eens tussen het meest gelezen nieuws. Laat het ons echt zo koud?
Dit zijn voorspellingen voor barre tijden. We negeren geen smeulend vuur, maar een smeulend zuur. Het bijt gaten in onze redelijkheid.

En hier zijn we weer: het heeft geen zin.
Het heeft wél zin, tenminste als iedereen reageert op zulke zaken die je tegen en vooral ín de borst stuiten.
Het afgelopen weekend vonkte het af en toe vanbinnen tijdens de stream of consciousness van Marc Colpaert voor de nieuwe KrisKrasreisbegeleiders toen de termen voice en vote terecht als verschillend, maar dooreengehaspeld werden aangehaald. Hoe kan het dat we in een maatschappij waar neoliberalisme het nieuwe volksgeloof is, waar zelfontplooiing boven alles staat en waar alle woorden en elke toon onder het mum van freedom of speech getolereerd worden, het populisme en kuddedenken zegevieren? We zijn o-zo-vrij in onze gedachten, maar hebben nog nooit zo hard gezwegen over faliekante onrechtvaardigheden. We hebben onszelf monddood gemaakt en onze weerstand beknot. We verdragen dat racisme, discriminatie, het creëren van tweederangsburgers, het negeren en zelfs bespotten van mensen in nood enz. als mainstream worden aanvaard. Dit is schijnvrijheid, want we houden onze kaken stevig op elkaar geklemd gesust door… wat?

En ondertussen… in de hoekjes van de online nieuwsberichten staat er te lezen dat de grootste humanitaire crisis sedert 1945 de hoorn van Afrika bedreigt. 20 miljoen mensen lijden honger. De hoorn van Afrika. Ver van mijn bed.
Sedert 1945, mensen. Weten we dan echt van niets?

Vier jaar later

Hoewel ik to-taal geen inspiratie heb, is er wel de behoefte om iets te schrijven. Ik wil een link levendig houden, zeker omdat het tien jaar geleden is dat ik met mijn ogen dicht en mijn hart open in een avontuur sprong.
Hoe kon ik toen vermoeden dat ik zo hard verbonden zou blijven?

Ik ben altijd en overal ontheemd. Nooit helemaal heel. Mijn tropenkoorts die nooit zal overgaan.
Verwijt mij pathetiek en drammerigheid. Echt. Ik vind het zelf ook flauw hoe ik dit nergens en nooit kan loslaten. En ik hoor mezelf ook heus te veel dezelfde dingen vertellen. Ik echo vooral in mijn eigen hoofd. Dan hamer ik in gedachten: zwijg! Maar niemand kan me tonen hoe ik die honderden verhalen kan inslikken. En vooral: wie leert me om met die verhalen ook de heimwee weg te duwen?

Ziba stierf vier jaar geleden in een auto-ongeluk. Omdat hij het meest vaste fundament is van wat ik hierboven met de nodige drama omschrijf, verdient hij een jaarlijks hoopje woorden. En ook al zijn ze niet altijd even gevleugeld of spannend, ze zijn helemaal voor hem, geweekt en gekweekt in de diepste dankbaarheid om het stillen van een honger naar warmte, (uit)waaien en weten.
Vandaag omarm ik dus mijn saudade (een klein weetje: ‘saudade’ is een van de meest onvertaalbare woorden ter wereld. Samen met ons ‘gezellig’ of het hierboven gebruikte ‘uitwaaien’. Hoe schoon en boeiend is dat niet?) en in mijn omarming zit mister Ziba liefdevol gekneld tussen oude herinneringen en verse verwachtingen.

Titelloos wegens sprakeloos 2

Alles ontploft. De sociale en minder sociale media. De wereld, de mensen, mijn kop.
Ik probeer te vechten en niets te posten, maar mijn handen eindigen toch weer op het klavier. Deze keer niet met dansende vingers, maar met harde, klamme en haperende slagen. Shit.

Je hebt niets aan mijn idealistische gekraai of politiek-utopisch huppeldepupgedoe. Je wordt geen rijker en voller mens na het lezen van de binnenkant van mijn hoofd. Ik wilde dat ik iets écht kon bijdragen, maar al die wegen leiden blijkbaar naar ontgoocheling en uiteindelijk verbittering. En net dat kan mijn tere zieltje niet aan.
Ik voel mij hier niet thuis. Het sneltempo waarin deze net iets te existentiële momenten elkaar opvolgen, wordt echt lastig. Ik wilde dat ik harder was, meer nuchter en sterker. Anders. Dat mijn hart niet zo week was als een bananenpannenkoek en mijn hoofd niet zo open en vol was als een… ja, als wat eigenlijk?
Hoe kan het dat dit mij opnieuw zo raakt? Ik wil een stolp waar alleen nog licht door kan. Ik wil een zeef om de smurrie te kunnen filteren. Of een hand op mijn schouder die zachtjes knijpt en zegt: ik begrijp je. Helemaal.
Nog eens shit.

Bespaar mij alsjeblieft de trek-het-je-niet-aanretoriek of de vingerwijzende analyses. Het is wat het is en ik voel mij voor de zoveelste keer bescheten als een paal in een baai. Hier moet ik het mee doen. Hier moeten we het allemaal mee doen. En ik vind het niet plezant.

Mzuzu, 19 augustus 2016

Tenzij er ons nog helse avonturen te wachten staan die onmogelijk onverslagen kunnen blijven, wordt dit het allerlaatste nieuws dat ik vanuit Malawi op jullie afvuur. Het laatste bericht schreef ik in Kafukule. We waren toen nog alles gulzig aan het opslokken: nieuwe en oude indrukken. En we wisten dat er nog een etappe volgde.
Op dit moment zijn we alles mooi aan het afronden. Elke stap is een afscheid. Ik ben in de rouw. Hoewel ik er niet aan twijfel dat ik hier nog eens terug kom, maak ik foto’s in mijn hoofd. Een laatste keer zwaaien, nog een knuffel en één blik. Een laatste keer omkijken, heel bewust en heel intens. Tiwonanenge! Paweme!

DSC_1498

Nkhata Bay is altijd een noodzakelijke stop geweest. Een paradijs na een minimum aan luxe in Kafukule. Dit jaar stond ik het toe om mezelf wat meer te verwennen en ik boekte het mooiste huisje (nummer 14!) met de mooiste badkamer (een eigen wc!) en een buitendouche met zicht op Lake Malawi. Dit bezoek was in veel opzichten helemaal hetzelfde als andere edities: een duik in het meer, zwemmen en zonnen naar en op het ponton, een boekje lezen in de zon, een cocktail in Mayoka en een pizza in Kaya Papaya.
Maar deze keer kreeg Nkhata Bay voor mij een totaal nieuwe dimensie. Helemaal onverwacht kwam er een heel bijzondere persoon op onze weg. Smiley (oo jawel, dit is zijn échte naam) is voor mij de verpersoonlijking van ‘The warm heart of Africa’ waarmee Malawi zichzelf graag promoot. Als een landschap dat zich niet laat spiegelen op een foto is het een onmogelijke opdracht om Smiley te vangen in enkele woorden. Ik kan niet lyrisch genoeg zijn over deze kerel!
In Kaya Papaya kocht ik enkele juweeltjes voor Kwasa Kwasa die gepromoot werden door uitbater Steve met een foto en wat uitleg. De kleurrijke kettingen werden gemaakt door een vereniging van mensen met een beperking. Voor ons lijkt dit heel aannemelijk en gewoon, maar hier in Malawi had ik nog nooit gehoord van een groep zoals Steve deze mensen voorstelde: een soort zelfhulpgroep. Mensen met een fysieke of mentale beperking leven op de rand. Ze zijn meestal sociaal geïsoleerd en leven een erg hard en eenzaam bestaan. Ze tellen simpelweg niet mee. Op geen enkele manier. Ze worden overal uitgesloten en vaak zelfs verstoten. Een initiatief als dit is dus erg uniek in Malawi. Ik werd meteen gebombardeerd tot beste klant en Steve spoorde ons aan om eens een praatje te maken met de jongeman die het projectje opstartte.
Heel voorzichtig kwam hij zich voorstellen. Oorspronkelijk passeerden we naar ons gevoel de zoveelste shop waaruit iemand ons probeerde te lokken. Eerlijk gezegd waren we het getater en gezwans van de andere boys (zoals daar zijn Simple, Happy Coconut en Chicken Pizza) een beetje beu en ik draaide al onzichtbaar (of misschien toch een heel klein beetje zichtbaar) met mijn ogen. Ik probeerde de jongen dus eerst subtiel (of misschien toch een heel klein beetje onsubtiel) af te wimpelen. Maar terwijl we achterin zijn shop dicht bij de grond luisterden naar zijn verhaal groeide mijn verbazing, mijn verwondering, mijn bewondering en de onvermijdelijke genegenheid.
Smiley maakt juwelen en houtsnijwerkjes die hij langs de kant van de weg verkoopt aan toeristen. Echt heel stilletjes en zo bescheiden als het maar kan, vertelde hij hoe hij zag hoe sommige mensen keihard aan de kant geschoven werden omwille van hun fysieke of mentale beperking. Hij wilde helpen, maar knokt eigenlijk zelf keihard om te overleven. Financiële middelen heeft hij niet. Een tweede struikelblok was de muur van isolement en vooroordelen waartegen hij botste. Hij durfde als ‘gewone’ man deze mensen niet aan te spreken omdat hij bang was dat ze hem verkeerd zouden begrijpen. Veel te vaak wordt er met hen gespot of op hen gespuwd. Hij wilde deze mensen op geen enkele manier kwetsen of de indruk geven dat hij hen wilde uitlachen. Hij zocht toch voorzichtig contact met Benson, een man die omwille van zijn misvormde benen in een rolstoel zit. Hij duwt zichzelf voort door te fietsen met zijn handen. Aan zijn knieën zijn de zolen van twee slippers bevestigd zodat hij zich ook al schuivend kan verplaatsen. Smiley vroeg aan Benson om enkele mensen aan te spreken om hen zijn plannen uit te leggen en zijn goede bedoelingen duidelijk te maken. Dat lukte stap voor stap en vorig jaar in juli vond de eerste meeting van ‘Kalambwe Disability Forum’ plaats. Ondertussen telt de vereniging 63 leden (eigenlijk 65, straks meer hierover) en komen mensen van verschillende leeftijden met allerlei beperkingen twee keer per maand samen. Smiley leert hen om juwelen te maken en blijft verder stilletjes op de achtergrond. Hij begeleidt voorzichtig, maar is op zijn manier heel erg aanwezig. Het verdere initiatief en de stem komen van de groep zelf. Benson werd verkozen tot voorzitter en Mister Kaunda, een man die aan zijn linkerarm en -been grotendeels verlamd is, werd de schatbewaarder. Blinde, dove en verlamde mensen, albino’s, mensen met een mentale beperking, misvormde armen en benen enz. komen samen in deze zelfhulpgroep. Ze praten met elkaar en delen hun obstakels, problemen en overwinningen. Met de juweeltjes proberen ze wat geld te verzamelen, maar het allergrootste doel (en dat is nu net wat mij het meest heeft aangegrepen) is het zoeken naar een identiteit en de bevestiging van hun bestaansrecht. Dat mensen als Smiley hen erkennen als volwaardige personen, is heel bijzonder voor deze groep. Wellicht zal Smiley met zijn groep geen aardverschuiving veroorzaken in Malawi, maar het verschil dat zij voor elkaar maken is wel degelijk van levensbelang. Het idee van de kleine schaal en het druppel-op-een-hete-plaatdenken verschrompelt bij de betekenis voor deze mensen zelf.
Om een stem te krijgen in de groep wordt er gevraagd om jaarlijks 200 kwacha (25 eurocent) lidgeld te betalen. Dit geld wordt gebruikt om de leden die in nood zijn te ondersteunen bv. wanneer iemand naar het ziekenhuis moet.

DSC_1511

Kalambwe Disability Forum

Katelien en ik werden door Smiley uitgenodigd om een meeting bij te wonen. We luisterden naar de verhalen en dit kon alleen maar met een open mond en vooral een open hart. Ik was heel erg onder de indruk van ons bezoek aan het project in Rumphi en dit bezoek sloeg dezelfde gaten in mijn ziel en kneedde een krop in mijn keel. Ik was echt heel erg ontroerd. Met een liedje werd er ons in het chiTonga gevraagd of ook zij mochten meetellen als volwaardige mensen. Elk met hun eigen mogelijkheden en beperkingen zongen en klapten alle leden van de groep mee. Ze genoten van dit bijzondere bezoek, want het was de eerste keer dat ze gasten mochten ontvangen. Deze mensen kunnen niet eens half weten hoe waardevol dit voor ons was. Katelien en ik maakten ons op hun vraag lid (nummer 64 en 65!) en betaalden ons lidgeld meteen voor vijf jaar ver. Dit werd officieel gemaakt in het boekje van de voorzitter. Vanaf gisteren hebben Katelien en ik dus een officiële stem in het ‘Kalambwe Disability Forum’ in Nkhata Bay.
Smiley droomt ervan deze groep uit te breiden tot alle uithoeken van het Nkhata Bay district. Ik hoop dat hij daarin slaagt en ik hoop tegelijk dat het project zijn eigenheid blijft behouden vanuit de sterkte waarmee deze groep dit allemaal zélf draagt en organiseert, zonder dat dit door de overheid of welke instantie dan ook gedirigeerd wordt.

Ik ben nog niet half geslaagd in mijn opzet om op papier te zetten wat en wie we de voorbije dagen hebben mogen ontmoeten. Zoals ik al eerder zei, is het onmogelijk om te vangen wat dit met ons deed. Dit mag nu misschien wat melig klinken, maar vergelijk het met een postkaart van de Victoriawatervallen of Mount Mulanje. Het is nooit wat het echt is. Alles ontbreekt: de geuren, de kleuren, een frons in een gezicht, een lachje, een gebroken stem, een blije stem, een warm applaus, de vele knuffels en handdrukken met hele en halve handen van hele en eigenlijk anderhalve mensen. Misschien moeten jullie zelf eens komen kijken om dit kloppende hart in Malawi te voelen?

Kafukule, 13 augustus 2016

Vandaag is het sabbat. Ndindasi, Mwabi en Wongani maken zich klaar om naar de kerkdienst te vertrekken. Katelien en ik zijn deze voormiddag home alone. Bewakers van ons nyumba. We waren van plan om buiten de was te doen, maar dat werd ons met lichte dwang verboden.
De sabbat wordt hier bijzonder ernstig genomen. Het betekent dus ook dat er op zaterdag niet gewerkt wordt. Toen de eerste president Kamuzu Banda aan de macht was van 1964 tot 1994 was het ten strengste verboden om ook maar iets te ondernemen op zaterdag, behalve dan het bijwonen van een kerkelijke dienst. Er stonden behoorlijk strenge en soms fatale straffen op het overtreden van deze wet. Omdat Katelien en ik liever niet achter tralies eindigen, hebben we dus besloten om een rustdag in te plannen. Niet dat er zo’n verschil is met de andere dagen: we worden hier verwend als pasgeboren baby’s.

Het eten dat we voorgeschoteld krijgen (gek genoeg lijken gedachten in Malawi zich toch vaak te concentreren rond onderwerpen die ons voorzien in basisbehoeften als eten, drinken, slapen en naar de wc gaan) is erg ‘smaaklek’ zoals Ndindasi voor elke maaltijd zegt. Al enkele dagen beraamden zij en ik het plannetje om Katelien te verrassen met een chisisi (geheim). In de Shoprite in Mzuzu kochten we woensdag de nodige ingrediënten en ‘s avonds smikkelden we ‘smaaklekke’ pizza’s naar binnen voor het vuur en de oven waarin ze gebakken werden. Dit was pas écht een artisanale pizza! De in plastiek verpakte exemplaren in de GB zijn er niets bij!
Onze ogen (en onze maag) werden groter toen Ndindasi na de pizza kwam aandraven met een portie frietjes met stoofvleessaus. Nakuta, we waren zo goed als voldaan, maar het was gewoon onmogelijk om een tweede chisisi af te slaan. Het was een bijzonder (en ook een beetje een absurd) moment: weg van alles en iedereen pizza en frietjes met stoofvleessaus in onze borden verlicht door moto, mwezi na nyinyizi (het vuur, de maan en de sterren).

DSC_1280.JPGGisteren brachten we een bezoek aan de Tegha Residence. Mijn angst bleek deels ongegrond te zijn. Toen we Mary’s huisje bereikten, zette ik mijn keel open: ‘Fresh mandasi, fresh mandasi! Only five kwacha!’ Mijn miyati (grapje) werd meteen beantwoord met een klaterende, schelle lach. Ik zuchtte opgelucht. Mary bestaat nog steeds zoals ze is: hard, goed, luid, vol, warm en heel erg levend!
De operatie die ze achter de rug heeft, is niet niets. Ze toonde met kinderlijke trots het litteken dat een horizontale streep trekt van de ene kant van haar buik naar de andere kant. Op 23 juni werd haar pancreas verwijderd samen met vier galstenen die volgens haar man Grandson Tegha zo dik waren als een duim. De operatie verliep goed, maar Mary kreeg een infectie waardoor het herstel erg traag verliep. Ze ging opnieuw onder het mes en verbleef drie weken in het ziekenhuis. Nu is ze thuis en probeert ze rustig te herstellen. Ze heeft nog steeds pijn en heeft moeite om zich ver te verplaatsen, maar ze is net zo enthousiast en luid als voordien. Ik geloof dat ik haar de volgende keer opnieuw springlevend aantref. De opluchting die ik hierbij voel, kan onmogelijk in een zin gevangen worden.

Nog twee nachtjes slapen en dan vertrekken we naar Nkhata Bay. We nemen Mwabi, Ndindasi’s nichtje en aangenomen dochter, mee en tellen met haar de dagen af. Dit betekent jammer genoeg ook dat we een einde breien aan onze reis. Hoewel we dan nog een kleine week te gaan hebben, beseffen we dat het afscheid van dit land heel snel komt. We proberen hier nog niet te veel aan te denken en we blijven genieten genieten genieten…

Kafukule, 9 augustus 2016

Onze vierde dag in Lozwati, Kafukule.
De eerste woorden en zinnen vallen mij moeilijk. Terwijl ik de vorige keren na de eerste slag makkelijk op kruissnelheid zat, moet ik nu speuren naar de juiste woorden. Dit opbiechten zorgt er gelukkig voor dat ik toch al enkele regels gevuld kreeg.
Het kost me moeite, niet omdat er hier niets te beleven valt, maar net omdat er zo veel te doen is dat voor mij erg vertrouwd aanvoelt. Ik geloof dat jullie na al die jaren wel begrepen hebben dat een verblijf in Kafukule voelt als thuis komen. De dagen kabbelen hier dus voort zoals ik ze gewoon ben. Ik ben omringd door mijn mensen en leef tussen en rond vier muren die ik als mijn thuis ben gaan beschouwen. Ik slorp de geluiden op zoals ik ze alleen in Kafukule ken: het schel gekakel van de nkanga’s, het vrolijke plenzen van het water van de bucket shower, het getik van het dak uit golfplaten dat zwelt in de zon, zacht neuriënde vrouwen in de verte, het zand dat schuurt over een pot die wordt schoon gemaakt, het gebrom van de vliegen die tegen mijn billen knetteren in de wc. Wat voor Katelien een kersverse ontdekkingstocht is, is voor mij een blij weerzien (dus eigenlijk weerhoren om precies te zijn. Met uitzondering van de vliegen uiteraard, want daar word ik niet echt blij van).

Deze voormiddag wandelden we via de kleine paadjes naar het trading center in Kafukule. Ik probeerde zonder escorte in mijn geheugen te graven en testte of ik de weg nog kende. Zonder ook maar één keer te missen strandden we binnen een heel behoorlijke chrono in het trading center. Ik feliciteer mezelf met de exact juiste verhouding tussen instinct en geheugenwerk, want het loodste ons feilloos richting het centrum van Kafukule. En geloof me, er zijn heel wat boompjes, stroompjes en struiken waar je verkeerd kunt afslaan. De paadjes zijn meestal niet breder dan de passage van één man, uitgesleten door ontelbare voeten die ooit de kortste weg zochten naar de winkeltjes, de kapper, de kleermaker en de fietsenmaker.
Na deze wandeling van een veertigtal minuten gingen we op zoek naar mister Manda om hem te vragen naar zijn jaarlijkse fotoshoot. Nog vier jaren en evenveel foto’s te gaan en we hebben genoeg materiaal voor een mister Mandakalender!
We gingen ook langs bij mister Gondwe, de vaste kleermaker in Kafukule en plaatsten een kleine bestelling.
Een bezoek aan het postkantoor leverde mij een prachtig vel van 50 zegels op: de speciale kersteditie van 2011 met een goddelijk tafereeltje waarop de kleine Jezus geschenken ontvangt van de drie koningen. Vijf van deze zegels plus een dikke buffel van 80 Malawische Kwacha’s zorgen ervoor dat een kaartje in België geraakt. Waarschijnlijk blijft er dan nog net een hoekje over om wat zonnige groetjes richting het thuisfront te sturen.
De voorbije dagen vulden we met allerlei bezoekjes in en rond Kafukule: twee trouwpartijen in Mzuzu, Ndinsdasi’s oorspronkelijke huis, mister Ziba’s vader Pastor Ziba (intussen al 101 jaar oud en nog steeds springlevend en ook dolenthousiast met zijn speculaaskoekjes en chocolaatjes), Anne Tchongwe, de Mwale’s (flink uitgedund nu Loveness getrouwd is en kleine Grace – met wie het bovendien nog steeds goed gaat! – op vakantie is in Ekwendeni), de Tchongwebroertjes Madoni, Wilibart en Bart en hun zusje Tapiwa, de mama van Mary Khonje, mister Lungu enz.

Ndindasi doet er alles aan om het ons ook deze keer naar onze zin te maken. Toen ik zondag in de Shop Rite in Mzuzu naarstig op zoek ging naar lactosevrije melk (en die niet vond) besloot ze dat ze dit perfect kon invullen door zelf soyamelk te maken. Gisteren hebben we dus de hele dag geassisteerd bij het maken van melk uit een halve kan bonen. Het weken, pellen, koken, pletten, zeven (en dit allemaal vaak meerdere keren) duurde een dikke tien uren en het resultaat was gewoon verbluffend en bovenal overheerlijk: home made soyamelk met banaan- en limoensmaak. Met een kop dampende, verse melk warmden we ons op onder een hemel van sterren en een schijfje maan.

Morgen doen we opnieuw boodschappen in Mzuzu en vrijdag bezoeken we Mary Khonje (mister en Mrs. Tegha). Normaal gezien vraagt ze enthousiast om enkele dagen te blijven logeren, maar ik heb gehoord dat het op dit moment niet zo goed gaat met haar. Enkele weken geleden werd ze geopereerd omwille van wat hier ‘kapamba’ wordt genoemd. Ik begrijp intussen dat ze problemen heeft met haar pancreas. Hoe erg het precies is, weet ik niet. Het is een vraag waarop ik misschien geen antwoord wil. Ik probeer me voor te bereiden en hoop dan op iets minder erg. Mary valt, net zoals mister Ziba, samen met alles wat Kafukule of Malawi voor mij betekent. Ik probeer er in elk geval nog niet te veel aan te denken en geniet met volle teugen van de vertrouwdheid van dagen die voortkabbelen en er toch weer voor zorgden dat ik een verslagje kon afleveren voor het thuisfront.

Mzuzu, 5 augustus 2016

Wat. Ben. Ik. Moe.
De dag was intens en – opnieuw – vol. We hebben ook net een eindeloze busrit van Lilongwe naar Mzuzu in de benen en in het hoofd dus vandaag weegt extra zwaar. Maar… het is een gewicht dat te dragen valt. Meer zelfs, het is een gewicht dat we graag dragen, want zowel gisteren als vandaag waren erg fijne, bijzondere dagen.

De rit tussen Lilongwe en Mzuzu kan erg vlot verlopen. Je neemt de meest veilige, snelle en comfortabele bus aan City Mall, vecht voor een plaatsje (neem dit maar letterlijk) en hoopt vurig om na 5 uren in Mzuzu aan te komen.
Helaas… we deden er net iets langer over. De bus was drukker dan anders en verschillende mensen hadden geen zitje. Ik vocht keihard en bemachtigde drie plaatsen achterin: eentje voor Katelien (die graag wagenziek wordt), eentje voor Julian (onze Duitse reisgenoot-voor-twee-dagen) en eentje voor mezelf. Ik stond (nobel als ik ben) mijn plaats af aan een oud vrouwtje dat een busrit op de grond van het gangpad misschien niet had overleefd. Een goede zet, bleek achteraf, want al snel bleken we (zonder Facebook ontdekt!) enkele ‘gemeenschappelijke vrienden’ te hebben. En niet zomaar iemand: het vrouwtje kende Ndindasi! Meer nog, zondag zijn we allemaal op hetzelfde trouwfeest uitgenodigd! Ik maakte dus een goede beurt door mijn gewonnen zitplaats in te ruilen voor het trapje in het gangpad.
Na een tijdje werd mijn poep zo gevoelloos dat ik het verschil niet meer voelde tussen Julians voeten, zijn trui (die erg verlichtend werkte als kussen), mijn rugzak of het trapje. Maar echt, het maakte niets uit. Zowel Katelien als Julian boden verschillende keren aan om van plaats te wisselen, maar ergens geniet ik van deze manier van reizen dus bleef ik trots zitten. Geplet, gekraakt, maar ook geknuffeld, erg lijfelijk aanwezig op de bus. Je krijgt pizza’s, baby’s, handtassen en zelfs papflessen over je heen en op je schoot. En je praat de hele rit met alles en iedereen rondom je, lachend om je eigen gevoelloze kont.
In Mzuzu deelden we een kamer met z’n vieren. Jessica (onze Amerikaanse reisgenote-voor-twee-dagen) was ergens vooraan in de bus blijven steken, maar we namen samen een taxi richting Joy’s Place. Dit betekent: gin-tonics en overheerlijk Koreaans eten! Onweerstaanbaar na en hele dag coconut cookies op de bus.

Deze ochtend moesten we alweer vroeg op. Om 8.30 u. (sharp!) zou Richard ons komen oppikken aan Joy’s Place. Enkele maanden geleden werd ik door hem gecontacteerd met de vraag of ik een mogelijkheid zag om zijn project op welke manier dan ook te ondersteunen. Zijn geestdrift prikkelde mij. Ik bracht hem in contact met Kwasa Kwasa en op hun vraag ging ik het project vandaag bezoeken in Rumphi. Dit in het gezelschap van Katelien en Jessica, die onlangs een paper schreef over het onderwerp dat dit project precies dekt. Jammer genoeg was er geen plaats meer in de auto om ook Julian mee te nemen, dus hij bleef in Mzuzu.
In 2013 startte Richard Mwanjasi, 28 jaar oud en zelf vers van de schoolbanken, een project om jonge meisjes te ondersteunen tijdens hun broze schoolcarrière.

Richard schetste de context zelf als volgt:

Vaak worden meisjes in Malawi erg jong uitgehuwelijkt, soms (dus elke keer te vaak) voor hun 15de verjaardag. Eens getrouwd, krijgen ze meestal erg snel kinderen en werken, leven en ademen ze enkel nog voor hun gezin. Dit maakt het voor ouders oninteressant om te investeren in dochters, want de meisjes vertrekken na hun huwelijk naar de familie van hun man. Bovendien ontvangt de vader van het meisje een mooie bruidsschat (meestal vee) en die bruidsschat is meer dan welkom in families waar er geknokt wordt om te overleven. De regering wil jonge meisjes beschermen. Het is dus verboden om een minderjarige uit te huwelijken. Maar deze wet wordt vaak niet nageleefd en ook niet gecontroleerd omdat aan het strikt toepassen van wetten die niet passen binnen bepaalde tradities een onvermijdelijk verlies aan stemmen van belangrijke chiefs (en met hen de andere dorpelingen) vast hangt.
Een tweede probleem dat Richard aankaartte, hield de veiligheid van meisjes in. Jonge meisjes (en dan bedoel ik echt héél jong, want Richard sprak over een zaak met een 4-jarig meisje) worden soms gemolesteerd en seksueel aangerand. Mannen geloven volgens de witch craftcultuur dat seks met een minderjarige kan zorgen voor genezing, geluk, rijkdom enz. Gelukkig (en dat wil ik toch heel overtuigd benadrukken voor er te veel gefronst wordt) zijn dit zaken waar bijlange niet alle mannen in geloven en waartegen er erg veel protest komt vanuit de gemeenschap. Mocht dit zo gebruikelijk zijn dat we zouden kunnen spreken van een hardnekkige, sadistische, algemeen aanvaarde traditie, dan zouden Katelien, Jessica en ik deze morgen niet ontvangen zijn door drie mannen die keihard strijden om daders van zulke onvergeeflijke feiten te straffen en om ervoor te zorgen dat dit op de eerste plaats niet vaker gebeurt.
Een derde moeilijkheid lijkt banaler, maar is daarom niet minder problematisch. Seksualiteit en werkelijk alles wat daarmee samengaat, is erg taboe in Malawi. Dit herinnert mij aan de onmogelijke taak die twee studenten verpleegkunde kregen toen ze in 2007 in Kafukule de opdracht kregen aan hiv-preventie te doen in de school van Mister Ziba. Ze mochten over hiv/aids praten, maar het liefst erg toegedekt en zónder demonstratie van voorbehoedsmiddelen. Zelfs doodnormale, dagelijkse (of beter: maandelijkse) zaken als maandstonden worden stilletjes gedragen en doodgezwegen. Dit zorgt ervoor dat meisjes niet durven vragen naar maandverband en al zeker niet willen aangeven dat ze een ‘ongelukje’ hadden. Naast het feit dat ze helemaal niet voorzien zijn op deze maandelijkse ongemakken, zijn er op de meeste scholen geen afgesloten, veilige ruimtes waar meisjes zich discreet kunnen opfrissen, omkleden of naar de wc kunnen gaan.

Richard probeert deze drie uitdagingen met heel concrete middelen aan te pakken met zijn project Kawaza Youth Organization.
Hij ondersteunt het organiseren van een ‘Mothers Group’ op elke school. Deze groep bestaat uit een aantal moeders van schoolgaande kinderen (jawel, een soort oudercomité). Ze detecteren kwetsbare meisjes en nemen contact op met Kawaza Youth Organization wanneer dit nodig blijkt te zijn. Wij hadden de eer en het genoegen kennis te maken met de Mothers Group van een lagere school in Rumphi. Voor ons zaten zes sterke madammen. De vastberadenheid en onvoorwaardelijke inzet en het geloof in het project straalde tot op de bankjes waar wij zaten. De voorzitster vertelde trots dat ze zelf opnieuw naar school ging en ondertussen standard 7 (het 1ste middelbaar bij ons) had afgerond.
Er worden ook meetings georganiseerd waar de leerkrachten, de leerlingen en ouders in dialoog gaan met elkaar en waar de ouders worden overtuigd van het nut van een degelijke opleiding voor hun dochters.

DSC_0643

Kawaza Youth Organization – Safe House

In Rumphi bouwde Richard (met de hulp van een Duitse organisatie) een ‘Safe House’. Op die plaats kunnen meisjes veilig samen komen. Er is ook een ruimte voorzien voor meisjes die aangerand of verkracht zijn. Hij hoopt om een kamer te kunnen inrichten om zulke meisjes tijdelijk bescherming te bieden. Vanuit de organisatie wordt er ook gestreden om hen verder te kunnen begeleiden en de daders te vervolgen en op een passende manier te straffen.

Wat het project echt heel beminnelijk en authentiek maakt, is het naaien van een onnoemelijk aantal herbruikbare maandverbanden. Drie naaisters maken (voor een kleine vrijwilligersvergoeding) bergen maandverband die in setjes van drie gratis worden uitgedeeld aan de meisjes die daar om vragen. Met dit initiatief wordt meteen ook het taboe, dat de meisjes kwetsbaar en stil houdt, doorbroken. Een van de naaisters is Victoria, ook verantwoordelijk voor het begeleiden en sensibiliseren van de meisjes, een pittige madam van 29. Zelf is ze heel vroeg getrouwd. Ze heeft vier kinderen, waarvan de oudste 16 is. Reken maar uit. Victoria verliet haar man en woont opnieuw bij haar ouders. Richard pikte haar verhaal op en gaf haar als ervaringsdeskundige een hoofdrol in zijn project. Victoria raakte mij tot heel diep. Oude wanhoop schreeuwde in alles aan haar en tegelijk stond daar een vrouw die met niets omver te blazen was, hoe schril en mager ze ook mocht zijn.
Als laatste zoekt Richard middelen om de 16 scholen die hij begeleidt te voorzien van veilige, simpele badkamers waar meisjes zich kunnen omkleden en opfrissen. De school die we bezochten startte onder impuls van de Mothers Group zelf met het inrichten van zulke plaatsen, maar Richard en zijn organisatie zorgden voor de deuren die het kleine project moesten afmaken. De vrouwelijke directeur, ongetwijfeld het fundament waarop deze veilige haven voor jonge meisjes gebouwd is, sprak resoluut en krachtig. Ze palmde ons helemaal in.

Na het bezoek aan het kantoor, de naaikamer, de Safe House en een van de 16 ondersteunde scholen werden we door Richard zijn gezellige huisje in Mzuzu binnengeloodst. Zijn vrouw Queeny bereidde een fantastisch maal voor ons (Erwtjes! Worstjes! Puree!). Na een uitgebreide fotoshoot nam hij ons mee naar de markt. Katelien en ik hadden ons laten ontvallen dat we zondag op een trouwfeest verwacht worden en dat Katelien nog naarstig op zoek is naar een passende outfit. Hij bezorgde haar een op maat gemaakte rok, aan huis geleverd en dat voor slechts vijf luttele eurootjes!

We namen intussen afscheid van onze verse vrienden, Jessica en Julian.
Morgen vertrekken we zwaar geladen naar Kafukule. Elke rugzak, die op onze rug en het denkbeeldig exemplaar in ons hoofd, zit vol. We zijn klaar voor meer.