Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Malawi 2017’ Category

Tawonga chomene!

In juni brokkelt het skelet van mijn dag af. Hoe verder ik vorder in het ganzenbord van mijn kalender, hoe meer deuken in het centrum van dit gedrocht: structuur. Ik heb een erg passionele haat-liefdeverhouding met dit beest. Routine, regelmaat, orde worden gewenning en sleur. Maar eenmaal vertrokken, snak ik naar die vaste tijdstippen en rituelen.
Juni is de maand met een vol hoofd. Ik zit helemaal gekneld tussen het afronden en het resetten. Terwijl ik toetsenbundeltjes maak en huiswerken bijeenraap (en mezelf vervloek dat ik de jaarlijkse belofte om alles nauwgezet en gestructureerd bij te houden opnieuw verwaarloosde), probeer ik mezelf de weg te wijzen in het examentoezichtrooster én reis ik in gedachten al tienduizend kilometer verder.

Middenin die chaos, die trouwens groter is binnenin dan langs de buitenkant, valt er wel eens een verrassing op mijn kop. Zo mocht ik vandaag tijdens de middagpauze langsgaan bij enkele leerlingen van de SOCO-raad van ons SJB-college in Avelgem. Ik kreeg een cheque van 500 stevige euro’s in de handen gedrukt. Voor Malawi. Het hele jaar door engageerden deze fijne jonge mensen zich om fairtradeproducten te verkopen aan hun medeleerlingen. Dit mooie bedrag werd dus bijeengespaard door de gulle betrokkenheid van enkele leerlingen én de liefde voor chocolade van de Avelgemse schoolgaande jeugd.

In alle stilte en met veel bescheidenheid kreeg ik de afgelopen maanden uit verschillende hoeken envelopjes, kaartjes en zelfs dozen met enkele kilo’s munten toegestopt. Heel wat mensen lieten Smiley, Benson, Steward, Mister Kaunda, Richard, Victoria enz. écht binnenkomen. Als ambassadeur van deze verhalen ben ik ontroerd door het blinde vertrouwen dat jullie hebben in deze mensen met een plan. De centen lever ik persoonlijk af (deze zomer reis ik opnieuw als reisbegeleider naar Malawi met een enthousiaste groep KrisKrassers) en ik kan jullie op het hart drukken dat ze duizenden kilometers verderop ontvangen worden met de allerallerdiepste dankbaarheid. Voor de twee projecten (Kawaza Youth Organization in Rumphi en Kalambwe Disability Forum in Nkhata Bay*) die ik probeer te ondersteunen door een brug te zijn tussen jullie en deze mensen in het zuiden, maken jullie het verschil.

Brief Kalambwe

Tawonga chomene, oprechte dank dus, aan:

  • Els en de directie, leerkrachten en alle kindjes van de Vrije Basisschool in Bellegem
  • Hanne
  • de collega’s van de werkgroep rond de solidariteitsdag in de Sint-Jan Berchmansmiddenschool in Avelgem
  • de SOCO-raad van het SJB-college in Avelgem
  • de Avelgemse GRIS
  • Katelien

Wie met de druppel-op-een-hete-plaatrede wil komen aandraven, mag deze mensen in Malawi samen met mij in de ogen kijken. Dan voel je dit: deze druppels maken wel degelijk iets uit, als een kleine rimpel die golven trekt om mijlen verderop een boot te dragen of te keren.


*Wie wat wind in zijn geheugen wil over wie, wat, hoe, waarom enz. kan eventjes terug scrollen naar de berichten van augustus 2016 waarin ik beide projecten toelicht.

Read Full Post »

Het beloofde vervolg liet op zich wachten. We zitten en liggen intussen in alle mogelijke houdingen in, op en onder de zitjes op Kamuzu National Airport. We gaan naar huis. Of net niet. Ik laat ook een thuis achter en ik breek een klein beetje, ook al weet ik dat dit een tijdelijk en kort afscheid is.

De afgelopen dagen waren zo vol van alles dat ik er werkelijk niet toe kwam om een nieuw bericht te schrijven. Ondertussen hebben de verhalen zich al zo hoog opgestapeld dat dit een onmogelijke klus wordt.

Ik pers ineens alles samen. Ik hoef niet opnieuw te schrijven hoe Kafukule onder mijn vel kruipt. Ik hoef niet nog eens te vertellen dat het gemis om mister Ziba een gat blijft slaan in mijn hart. Of dat Ndindasi en Khonje er samen voor zorgen dat datzelfde hart opnieuw gevuld raakt.
Het ging zo: we melkten een koe, maakten soyamelk, probeerden ‘s avonds een bende erg sportieve kuikens te vangen en naar hun hok te brengen, sneden tomaten met een machete, maakten mandasi, juichten vermoedelijk voor het juiste team tijdens een korfbalwedstrijd gescheidsrechterd door een stoere madam met een baby op de rug, beklommen Kavunguti phiri met mister Zangazinji, dronken een fanta pineapple met kalenderwaardig topmodel mister Manda, kregen twee maal ontbijt van onze wedijverende Malawische mama’s, lieten ons niet bang maken door het nijlpaard in Nkhata Bay, dronken sea breeze cocktails, doken en zwommen in Lake Malawi, werden ziek en weer gezond, kochten een giraf, imiteerden een hippo, bezochten de Kalambwe group met Smiley, lieten erg verdoken een traantje in het weeshuis in Rumphi, knuffelden Matt Smiley Benson Richard Kelvin Cristina…, chineesden met Rashid, springbokten in Mabuya, bleven op tot lang na nkhuku time en vielen in panne op 100 meter voor de luchthaven. En… ik won de Michael Jackson Dance Contest in Mabuya Camp. Yes indeed.

Hier neemt gastblogger Karl het eventjes van mij over:

‘Uitzonderlijke gebeurtenis, ik blog. Ik mag dat van Aline. Nog wel op haar eigen computer ook. Kleine introductie dan maar. Ik ben Karl, and I am not smart but I know how to pay attention. Dat heb ik de laatste twee weken toch proberen doen.

Ons avontuur begon in Zambia. Kort maar krachtig zoals ze in België zouden zeggen. Te kort zeker. Krachtig ook. Maar vooral op Afrikaans ritme. Vakantieritme. En dat bedoel ik als een positief punt. Hier valt voor onze burnout bore-out depressiegevoelige overgestresseerde en à-la-limite asociale Belgische maatschappij nog iets te leren.

Goed. Zambia dus. Nog geen 15 minuten ter plekke en een hele reeks olifanten stond ons al op te wachten. Neen, niet figuurlijk. Letterlijk. Als ze nog dichterbij gepasseerd waren zouden ze hun voeten kunnen vegen hebben aan de deurmat van onze hut. En dan waren ze ineens misschien beter binnen gekomen voor een glaasje thee. Of een pint. Niets is vergelijkbaar met de eerste keer dat je oog in oog, op enkele meters, komt met deze prachtige schepsels van de natuur. De echte koningen van de jungle.
De komende dagen zouden we vullen met het filosoferen over onze impact op de wereld. Hoe ‘average’ of ‘above average’ we zijn in bepaalde aspecten van het leven. Hoe wij in het leven staan. Zelfs onze politieke overtuigingen kwamen aan bod. Maar daartussenin; en altijd op een onverwacht moment; die confrontatie met de natuur in haar puurste vorm. Van Olli de olifant tot Leo de leeuwin. Van een grijnzende hyena tot zebra’s net uit bed in het ochtendgloren met hun pyjama nog aan. Een wildebeest, een hamerkop, een wilde hond, en Harry de happy hippo. Maar vooral met Staf de giraf als mijn persoonlijke favoriet.
Yewo tawonga Zambia om met ons jouw prachtige natuur en nog prachtigere dieren te delen. Het zal mij altijd bij blijven.

Volgende stop Malawi. En het is zoals ik in de reisgids bij Ndindasi thuis kon lezen: “Even for those who think they know their Africa, Malawi can be an unexpected and pleasant surprise.” Dat is zeer waar. Maar dat dekt de lading niet. Of zoals zo vaak gezegd wordt: “Malawi is the warm heart of Africa”. Weeral zo’n waarheid als een koe (noembi). Maar zelf dan ben ik niet zeker of deze slagzin de waarheid alle eer aandoet. Het is nog meer dan dat. Maar laat ons vooral beginnen bij het begin.
Wij hadden al een eerste nacht in Lilongwe erop zitten. Die eerste dag hadden we al kennis mogen maken met Rashid de taxichauffeur. Maar de komende weken zouden er nog veel volgen: de chauffeur en propper van onze minibus, de mensen aan de grenscontrole, een toevallige passant, de koks en het personeel in onze lodges, de mensen naast en rondom ons in de AXA-bus, de kinderen en vrijwilligers van het weeshuis in Rumphi, de directrice en leerkrachten van de school in Rumphi, alle kinderen van Kafukule die vanop veilige afstand kwamen kijken en zwaaien naar de muzungu’s, en alle anderen die ik vergeten ben. Met speciale vermelding voor Smiley, Kelvin, Mr Manda, en het gezin Tegha. Met superspeciale vermelding voor Ndindasi en Wongani, die ons aan de school van Lozwati met beide armen verwelkomden. Ndindasi die ons als weduwe van Mr Ziba als dochters en zoon bij haar in huis nam. Ons verblijf in Kafukule zal voor mij altijd een herinnering blijven die ik koester. Maar wat mij ook zal herinneren is de warmte die ik heb mogen ervaren over heel Malawi.
Yewo tawonga Malawi om met ons jouw prachtige mensen en nog prachtigere gastvrijheid te delen. Het zal mij altijd bij blijven.

Dit zou allemaal niet gebeurd zijn als ik een klein half jaar geleden Aline niet tegen gekomen was. Soms kom je mensen tegen waarvan je onmiddellijk weet dat het goed zit. Aline is zo iemand. En dan spring je in een avontuur wetende dat het de moeite zal zijn. Ook al is het niet altijd rozengeur en maneschijn (#uwrijstisbesmetuwrijstisbesmet).
Maar om te eindigen waarmee ik begonnen ben: Aline, onderschat jouw invloed op de wereld niet. Zeker niet in Malawi, waar ik heb kunnen aanschouwen hoeveel levens je beïnvloed hebt de laatste jaren en hoe graag de mensen je hier telkens opnieuw verwelkomen als een oude vriend. Maar ook niet op mij en de andere mensen uit België. Jouw invloed op de wereld, die is (net zoals jouw springbok-sliding-moonwalk) zeker en vast ‘above average’. Bedankt om dit deel van jouw leven met ons te delen.
Yewo tawonga chomene!’

Hier neem ik het opnieuw blozend over. Heel eventjes maar. Met de belofte geen traantjes te laten, lees ik de indrukken van guest writer Karl. En weet je wat? Ik kan eigenlijk niets toevoegen. Karl slaagt er in om mij te doen zwijgen. Dat is pas above average, meneer Craps.

Read Full Post »

Zeven uur ‘s morgens in Kafukule. Ik ben al een goed halfuur wakker en staar door het muskietennet naar het plafond. Rondom mij begint alles te leven. Tijd om op te staan.
Na de knoert van een writer’s block gisterenavond wil ik alle verhalen goed maken. Met het lijstje van Karl moet dit wel lukken. Dit dringt zich gewoon op, want als ik er nu niet aan begin, dan lopen mijn gedachten over en verspil ik de herinneringen die ik wil maken.

Ik eindigde in Zambia bij onze laatste safari. Ik katapulteer ons opnieuw dit land binnen en laat ons landen in Lilongwe.
Isolde werd ziek. Buikperikelen, weet je wel. Al wie mij ooit vergezelde, weet dat dit een lot is dat je gewillig moet ondergaan en weet dat schroom verloren energie is als het gaat over toiletbezoekjes en het resultaat daarvan. Dit betekent dat ik me als een échte Verbeke helemaal kan uitleven met kakapipimopjes. Isolde had eventjes genoeg van onze plagerijen en ons jong veulen dreigde ermee een lepel rijst mijn richting uit te schieten. ‘Uw rijst is besmet! Uw rijst is besmet!’ Ik wierp mij als een leeuwin over mijn bord om mijn chili con carne af te schermen. Ik was bereid om op de vuist te gaan om mijn avondmaal én mijn darmen te beschermen.
Een dag later reisden we verder naar Mzuzu. Voor de bus werd een lijn gevormd: de mensen met een ticketje en de mensen zonder ticketje. Voor het eerst in al die jaren zag ik deze geordende chaos. Vroeger kroop de meest gemene duwer het eerst de bus op, met of zonder ticket. Ik maakte me breed en was al helemaal klaar om deze strijd aan te gaan, maar we hadden geen ticket en waren dus gedoemd om als laatste te vechten voor een zitplaats. We belandden met the cool kids in the back en trakteerden Wonderful en de andere hipsters op de ground nuts die Karl kocht tijdens de terugrit vanuit Zambia. We werden niet alleen gezegend met fijne buren en deze comfortabele plaatsen, ook de rit zelf verliep uitzonderlijk vlot en om 5 uur (voor het donker!) bereikten we Mzuzu.

In Joy’s Place werden we hartelijk ontvangen door het Finse fenomeen Kaneli. De waterleiding was volledig afgesloten na een power cut en Karl en ik konden dus niet anders dan kiezen voor gin-tonic (en Isolde voor een fanta pineapple). Of eerlijker: gin-tonicS. We hingen aan de toog en inspireerden Kaneli (ook reisbegeleider in zuidelijk Afrika) tot een Finse versie van mijn KrisKrasreis.

We werden de volgende ochtend vroeg opgepikt door Richard die ons zou meenemen naar Rumphi om enkele projecten van Kawaza (nu: Hope for relief) te bezoeken. We stopten eerst aan het weeshuis waar we een pauselijk welkom kregen. Dansend en zingend werden we binnengeloodst in het lokaaltje waar de weeskinderen les krijgen. Door tientallen, misschien wel een honderdtal paar ogen werden we aangestaard. Daarna nam Richard ons mee naar dezelfde school die Katelien en ik vorig jaar bezocht hebben. De school was net afgelopen en Victoria toonde de meisjes en enkele moeders van de Mothers group hoe ze zelf de maandverbanden konden maken die Victoria vroeger allemaal zelf naaide.

De batterij van mijn laptop laat mij in de steek. Hier sluit ik noodgedwongen af. Geen probleem (suzgo yayi!), want ik geraak naar mijn gevoel opnieuw niet op dreef. Wordt vervolgd!

Read Full Post »

Ik voel me vreemd. Een beetje triest zelfs. Terwijl we hier pas gisteren zijn aangekomen, zit ik al met mijn hoofd buiten Kafukule, soms zelfs in het vliegtuig. Hoog in de wolken, toch te hard op de grond. Dit is (zoals altijd) te kort en ik voel nu al dat naar huis gaan te lastig zal zijn. Aan het thuisfront: wees gewaarschuwd.

Opnieuw heb ik te veel te vertellen. Het is onmogelijk om alles in een bericht te persen en tegelijk is het jammer dat zoveel momenten met de tijd gewoon verdampen als ik ze niet vastzet. Als een sneltrein moet ik door de voorbije dagen razen.
De safari eindigde in crescendo met een extra game drive. Nog nooit hoopte ik zo hard dat we géén luipaard zouden spotten: ‘If you do not see a leopard tonight, you’ll get a free safari.’ Herbert hield zijn woord. De luipaard bleef verdoken, maar de leeuwen lieten zich ongegeneerd begluren en fotograferen, want ook die hadden we nog te goed. De safari’s waren geen gigantisch succes (wie een lijstje wilde afvinken, werd ontgoocheld), maar de spanning van de belofte achter elke bush en de ongereptheid van de omgeving maken het spotten van de spektakelbeesten voor mij eigenlijk minder belangrijk.

Hier val ik stil. Ik ben afgeleid door alles rondom en binnenin mij. Ik wil gevat, scherp of grappig zijn, maar het lukt niet. Ik wil zoveel vertellen, maar ik struikel.
Het is avond in Kafukule en iedereen druppelt zijn bed binnen. Karl en ik blijven achter in de zithoek met zicht op mister Ziba zijn glimlachend portret. Onder Ziba’s toeziende oog vraag ik om te brainstormen over de voorbije dagen. Karl raakt exact aan wat ik wil vertellen: niet de geplaveide weg, maar het gruis dat tussen de stenen ligt. Ik heb een lijstje klaar. Morgen maak ik het af en schrijf ik alles uit. Nu zoek ik in het toilet het gezelschap op van één krekel, één spin en één op zijn rug gerolde kever. Ik ben hard en laat het arme beestje achter. Karl poetst zijn tanden onder de sterren en we zoeken naar een manier om de regenboogmaan vast te leggen met de juiste sluitertijd (want die is erg belangrijk, nietwaar, Isolde?). Deze poging mislukt en we besluiten om toch voor de mentale foto te gaan. Misschien zet ik vannacht mijn wekker om nog meer sterren te zien. En dan red ik de op zijn rug gerolde kever!

Read Full Post »

Het is bijna absurd hoe hevig ik mezelf kan weg katapulteren. Enkele dagen geleden zat ik nog met mijn hoofd in de grond te stressen. Ergens was er wel een besef van de aanloop naar een reis, maar de mentale voorbereidingen, het plannen verlangen dromen, kreeg ik niet in mijn lijf. Het contrast tussen de metronoom van een week – stevig doortikkend en opdringerig duwend tot een volgende dag – en dit uitzicht, deze zon, deze mensen is enorm.
En hier zit ik dan opnieuw. Aan de oevers van de Luangwa rivier, honderd meter brede onthaasting. De zon schijnt verticaal en ik verstop me onder bomen die verder krullen over de rivier. Vijf nijlpaarden zien rollend en knorrend toe hoe ik dit vanop hun oever probeer te schilderen op een computerscherm. Ik kan dit onmogelijk vangen.

Karl, Isolde en ik strandden hier gisteren na een heenreis zonder verrassingen: een vlotte vlucht via Ethiopië naar Malawi, een knuffel van Rashid (nog steeds de beste taxichauffeur van de hele wereld), een stevige regenbui bij een korte nacht Lilongwe en een relatief comfortabele trip richting Croc Valley in South Luangwa.
Ons bezoek werd goed ingezet. Ik beloofde Isolde olifanten. En Isolde kreeg olifanten: na twintig minuten oo’s en aa’s tijdens een inspectie van onze kamers hoorde ik tijdens een noodzakelijk toiletbezoekje deze enthousiaste kreten: ‘Aline Aline Aline! Olifanten!’ Uiteraard. ‘Ja ja, dat zal wel.’ Ik waste rustig mijn handen. ‘Maar écht!’ Ik twijfelde. Dit klonk toch verdacht enthousiast… Ik ging kijken en Isolde en Karl stonden op en neer te huppen met een camera in de hand. Vijf olifanten passeerden rustig voor onze chalet. Ze leken op bestelling geleverd…
Isolde vroeg en kreeg een eigen chaletje: drie bedden, een badkamer en een keukentje, inclusief balkon met zicht op deze beloftevolle savanne en lagune. Na een brownie en een glaasje rode wijn (dit blijft toch een verrukkelijke combinatie!) werden we onder begeleiding van onze privénachtwakers naar de huisjes gebracht. We schuifelden met een zaklamp vooruit tussen wat een mininijlpaardinvasie leek: links, rechts, voor, achter, doken hun gigantische silhouetten op. Waw! Maar wat overdag tropisch en avontuurlijk lijkt, wordt ‘s nachts te vreemd en angstaanjagend. Na een klein halfuurtje zag ik het scherm van mijn telefoon oplichten: Isolde. Oei. Ik hoorde wat vermoedelijke paniek, maar verder niets. Vijf minuten later een bericht: ik kom bij jullie slapen. Na een kortstondig overlegmoment vertrokken Karl en ik richting Isolde in pyjama, gewapend met een zaklamp en een wakawaka powerbank. Missie Red Isolde Van De Nijlpaarden. Ik geef toe, dit klinkt heldhaftiger dan het was. En daar stond Isolde, paniekerig op haar balkon: ‘Ik kom naar jullie! Ik kom naar jullie!’ Gevolgd door een spurtje, gepakt en gezakt met een rugzak en een pyjama. Ik riep nog: ‘Niet lopen, Isolde!’ Maar dit kwam vermoedelijk niet aan.
Drie kwartier later in de kamer. Isolde en ik liggen in ons hemelbed en Karl heeft zich vermoedelijk al eventjes afgesloten voor al het vrouwelijk gekwetter. ‘Isolde? Ik ga nu efkes iets héél serieus zeggen… Je mag niet meer lopen als ik dat zeg.’ Ze verdedigt zichzelf met haar vlucht- en vechtinstinct. Ik wijs haar op de zekerheid van een verloren strijd. Het mamaatje en de reisbegeleider in mezelf panikeren. Ikzelf schaterlach en hoop vurig op meer zulke momenten.

Read Full Post »