Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Malawi 2017’ Category

Ik schrijf vanop mijn roze wolk. Eindelijk. Ik zucht verlichting en verluchting in mijn hoofd.

De voorbije dagen, weken, maanden waren… weet je, ik kan hier eigenlijk geen woord voor verzinnen. Chaotisch, zwaar, uitdagend, moeilijk, frustrerend, lastig… Dit alles tegelijk en nog zoveel meer.
‘Hou je voeten op de grond.’
‘Je zit op een wolk. Je bent verliefd.’
‘Denk goed na.’
Mijn dames, mijn heren, ik stond met mijn voeten op de grond. Ik werd er elke dag opnieuw keihard in geduwd. Zo diep dat ik de afgelopen dagen amper met mijn lippen boven de natte aarde uitkwam.

Het ging zo:

Alles was te kort. Ik deed er te lang over om te zien hoe het werkelijk was en wat het moest worden. Wat een geluk dat volharding en geduld kunnen overlopen in één mens. Mijn Sekani. Smiley dus. Tijd werd onze eerste vijand. Daarna afstand. Toen het internet, centen, procedures en hét systeem.

Begin oktober vroeg Sekani zijn internationale reispas aan. ‘We still have time. No worries.’ ‘Neen,’ zei ik, ‘het moet nu.’ Geen Sekani onder de sloef (hoe zou dat ook kunnen?), maar die voeten op de grond na vele waarschuwingen van vrienden die mij voorliepen in ervaring.
De weg van Nkhata Bay naar Mzuzu kent voor Sekani geen geheimen meer. Ik denk dat hij elke barst en elk putje kent na de talloze keren dat hij in Mzuzu ging vragen of het paspoort-waar-hij-recht-op-had-omdat-hij-het-betaald-had al klaar was. Eindeloze excuses kreeg hij te horen tot ze zijn strot uitkwamen.
We weigerden om iets extra onder tafel te schuiven omdat we allebei niet wilden toegeven aan hét systeem. We bleven koppig wachten, want we dachten dat we het wel zouden winnen van dát systeem. Met volharding en principes. Helaas… De extra kwacha’s werden geschoven en nieuwe beloftes werden glimlachend gemaakt.
Sekani bleef op en af reizen en miste voor hem belangrijke dagen, afspraken en mensen. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Tot we het allebei kotskotsbeu waren. En net toen frustratie omsloeg in paniek was daar dat paspoort, voor ons bijna met gouden randje.

In afwachting van het paspoort was ik al weken aan het verzamelen. Een apart mapje in mijn pc werd ‘Visum Sekani’ gedoopt en elke vrije dag probeerde ik het te laten groeien met brieven en andere papieren rompslomp, exact volgens de instructies van de Noorse ambassade in Lilongwe. Want het zijn de Noren die moeten beslissen of Sekani het récht heeft om bij mij te zijn. Met de examens in het vooruitzicht zorgde ik ervoor dat alles zo goed als in orde was. Het was enkel nog wachten op het paspoort om een vlucht te kunnen vastleggen en om een reisverzekering af te sluiten. Wachten wachten en wachten. Ik zag de datum van mijn vertrek steeds dichterbij kruipen en dat was goed, want vier maanden wachten is veel te lang. Maar tegelijk vreesde ik ook voor het moment dat het simpelweg te laat was en dat we onze plannen om langer te kunnen samen zijn, om elkaar gewóón beter te leren kennen zoals verliefde mensen graag willen doen, moesten opbergen. Dan was het na januari opnieuw wachten tot in juli en augustus en hoe kunnen wij dingen uitvissen als ons zo weinig tijd gegund is?
Maar daar was dat paspoort dan. Vorige donderdag. Op de valreep. Vrijdag werd de vlucht geboekt en maandag zou mijn vader helpen met het regelen van de reisverzekering. Rust in zijn hoofd, rust in mijn hoofd. Het mooie mapje op mijn pc kon dan zonder zorgen leeg geprint worden en dan kon ik samen met Sekani op 27 december, de dag na mijn aankomst, alles netjes indienen.

Tot. Ik. Zaterdagochtend. Opnieuw. Op. Die. Website. Keek. Voor de duizendste keer. Ik had een bericht gestuurd om na te gaan of we konden langskomen op 27 december. Geen antwoord. Het kon volgens de wettelijke feestdagen op de website. Ik dacht dat ik de pagina uit het hoofd kende, maar toen zag ik daar dat bericht. De mededeling dat de laatste visumaanvragen op dinsdag 19 december werden verwerkt. De volgende applicaties konden pas vanaf 2 januari. Shit.
We schrijven 17 december. Ik in België en Sekani in Nkhata Bay, zo’n 400 km van de hoofdstad. Dit was kortsluiting. Ik probeerde wanhopig een aantal zaken in orde te brengen, zoals de betaling via de online visumaanvraag en de geprinte en ondertekende brieven van organisaties die Sekani’s aanvraag geloofwaardig en betrouwbaar moesten maken aangezien hij weinig, eigenlijk geen, zaken kon voorleggen die hem als ‘goede, trouwe burger’ konden aanduiden, zoals een vast arbeidscontract of het bewijs dat hij een huis bezit op Malawische bodem. Sekani maakt helaas geen deel uit van de luttele procentjes ‘gelukkige’ burgers die een computer en dan ook een e-mailadres hebben, een gespijsde bankrekening of een mooi huis dat officieel geregistreerd staat.
Ik wist niet waar ik kon beginnen, want ik moest alles tegelijk doen. En ik moest Sekani kunnen bereiken en dat is vooral moeilijk als het moet. De pieren werden via mijn neus uit de zijne gevraagd bij het onlineformulier. Ik moest soms raden, want het spijt mij dat ik de geboortedatum van zijn broer niet ken.
En toen was hij daar, net op tijd. Ik in paniek en hij rustig en zelfzeker. ‘OK, I will travel to Lilongwe. I will do it.’ Gelukkig is de reisweg naar Lilongwe lang genoeg om een plan te bedenken over hoe ik al die documenten bij hem kon krijgen. Zonder e-mailadres en zonder computerskills. Ik werkte de ziel uit mijn lijf om alles rond te krijgen en duimde, hoopte, bad (bijna) dat vake de reisverzekeringspapieren op maandag zo snel mogelijk in orde zou krijgen, want dat was het allerlaatste wat nog ontbrak.
En toen was daar het besef dat ik dit Sekani niet kon aandoen. Wat een onmogelijke opdracht… En dit na al het geloop om zijn paspoort. Dit ook na zijn rustige leventje aan Lake Malawi, zijn Malawi waar hij perfect gelukkig is en waar hij helemaal niet weg wilt. Ik waai binnen en verander alles. Schud alles door elkaar. Hoe kon ik van deze man vragen om nu ook halsoverkop naar de drukte van Lilongwe te vertrekken om iets te regelen wat voor hem tegen het onmogelijke aanleunde? Ik stuurde hem een sms en een voicebericht. Twee kanalen zouden toch genoeg moeten zijn om hem te bereiken? Ik zei hem niet te vertrekken naar Lilongwe. We zouden dan wel wachten tot 2 januari, desnoods konden we zijn vlucht verzetten. En ja, dat kon mij heel wat centen kosten, maar dit komt gewoon maar eventjes bij de rest. En samen zijn, gaat gewoon boven alles. Foert.
De rust keerde terug in mijn hoofd. Ik had mij verzoend met het idee dat we misschien niet samen zouden reizen naar België en dat we wellicht nog heel wat geregel te goed hadden in Lilongwe. Maar ach…
De volgende morgen: Sekani. Boos. In paniek. En Murphy overal aanwezig. Godverdomme. Geen enkel bericht had hem bereikt. Hij was halfweg, op weg naar Lilongwe. Hij was om 3h ’s morgens vertrokken om een klus te klaren die hij niet kon. Iets wat ik van hem gevraagd had. Ik voelde alles tegelijk, maar vooral extreem veel paniek. Nog een keer. Dit werd echt te veel paniek voor één weekend. Een uur in- en uitademen kostte het mij om enkele gedachten op een rijtje te krijgen. Meer tijd kon ik mezelf niet geven. De enige richting was Lilongwe en daarmee konden we nu toch beter iets doen? We beslisten om het toch te proberen, zonder verwijten en vooral zonder verwachtingen.

Sekani vond David, een neef met een Facebookaccount en wat computerskills. Op maandagochtend stuurde ik alles door. Genummerd, opgelijst, gemerkt met kleurtjes en kruisjes, met net voldoende commentaar en instructies om door de bomen het bos te zien. Ik ging laat slapen en stond vroeg op om het dossier nog te versterken met foto’s, artikels, extra brieven etc. Vake had intussen hemel en aarde bewogen om de verzekeringspapieren in orde te krijgen. Het dossier was compleet. 35 bladzijden verantwoording voor hét systeem. Bij elke klik en elk document dat vertrok, voelde ik verlossing. Meer. Kan. Ik. Niet. Doen. Ik had dit niet meer in handen. Nu moest ik vertrouwen vertrouwen vertrouwen.
Sekani en David printten alles in een internetcafé. Ze stelden het dossier samen en controleerden alles met mijn lijstje. Ze namen kopies en trokken pasfoto’s en ik wachtte. Het dossier was compleet. Ik wist zeker dat het compleet was en vooral met liefde, heel veel liefde en toewijding samengesteld. In elke lettertje zat wat hulp verstopt. Van mijn ouders, mijn oudste broer, enkele vrienden, Fiona een Ierse die wist hoeveel inspanning nodig was om dit rond te krijgen, zelfs de gemeente Avelgem had een aandeel in een pakje van enkele tientallen bladzijden als toegangsbewijs voor meer tijd samen.
Sekani en David vertrokken via een foute omweg langs de Noorse ambassade naar de officiële visumdienst die de aanvraag moest verwerken. En toen werd het stil. Zoals zo vaak moest ik wachten op een bericht, een stem, een teken van leven. Een hele middag werd een avond en een nacht.

Op dinsdagochtend, opnieuw erg vroeg want ik ben stilaan helemaal aangepast aan het ritme van de berichten van mijn vroege vogel, kreeg ik een eerste bericht. Opnieuw paniek. Aan het kantoor waar de visumaanvraag moest gebeuren werd alle moeite, alle hoop, alles waarmee we al weken en maanden bezig waren, de grond in geklopt. Een dame had de dag daarvoor achteloos Sekani’s dossier bekeken. En alles was mis. Verkeerd visum. Verkeerde documenten. En bovendien was hij te laat. De deadline voor de laatste visumaanvragen was voorbij. En weet je wat? Als je dit dossier nu indient, dan laat ik het toch liggen tot na de feestdagen… Sekani was alles moe. Hét systeem is kak.
Ik stond perplex. Ik was helemaal klaar om alles op te geven. En Sekani ook. Alles behalve wij. Het was echt genoeg. Waarom werd er zo tegen hem gelogen? Ik wist zéker dat alles juist was. Weken was ik bezig geweest met het samenstellen van de documenten. En overal werd er vermeld dat er wél nog tijd was. Nog exact een dag.
Ik belde in paniek naar huis. Ik was zo verschrikkelijk moe. Het voelde zo absurd onrechtvaardig. Wie heeft het recht om te bepalen dat wij zo veel bergen moeten verzetten om gewoon wat tijd te kopen om samen uit te zoeken waar we naartoe willen?
En toen die laatste strohalm. Ik belde op aanraden van moeke naar de Noorse ambassade. Ik legde wanhopig uit wat er aan de hand was. Ik kreeg het met moeite op een rijtje. Ik wist dat dit niet de voorgeschreven weg was en was opnieuw klaar voor ontgoocheling. Maar er werd geluisterd. Het werd stil aan de andere kant van de lijn. ‘Heb je vijf minuutjes? Wacht je eventjes aan de lijn?’ Natuurlijk wachtte ik. Moedeloos. ‘Hallo?’
De komende uren waren warrig. Op hetzelfde moment praatte moeke op een van de medewerkers van de ambassade in. Vol overgave en zonder dat ik dat wist. Ze bracht hetzelfde verhaal, wellicht op een meer gestructureerde manier dan ikzelf, want ik was moegevochten en eindeloos ontgoocheld. Als collega’s hadden de dames overlegd. Dat waren mijn 5 minuten stilte aan de lijn.
‘Hij moet hierheen komen. Nu.’
Sekani bleek al opgebeld te zijn. Moeke had hem (voor het eerst) aan de telefoon gehad en had hem met spoed naar de Noorse ambassade gestuurd.
Sekani werd ontvangen en alle papieren werden gecontroleerd. Een uurtje later kreeg ik het volgende bericht: ‘Honey, I have very very good news. They have stamped it, they gave me the visa.’ Wat normaal gezien weken tijd vraagt, lukte nu op enkele uren.
Sekani werd begripvol en met respect ontvangen op de Noorse ambassade. Ze luisterden naar zijn verhaal, twijfelden niet aan zijn oprechtheid en fiksten in elke minuten de stempel die voor ons drie maanden tijd kocht. Alle shitzooi van de voorbije weken werd weggestempeld dankzij wat toeval – want ook voor de Noorse ambassade zal het redelijk bijzonder geweest zijn om een moeder en dochter met hetzelfde wanhopige verhaal aan de lijn te krijgen – en wat goodwill en mededogen van een Noorse en een Malawische vrouw.

Nog 5 dagen van 127. Ik tel af. Ik kan niet meer wachten. Mijn wachtreserve, mijn wachtpunten zijn volledig uitgeput. Er is nog net genoeg om deze laatste dagen te overbruggen.
Ik weet dat er 4 maanden komen en ik ben ongelooflijk nieuwsgierig en zeker van mijn stuk. Dus nu zit ik op mijn roze wolk. Eindelijk.

En dáárom  krijgt Noorwegen mijn 12 punten tijdens het Eurosongfestival. Ook met een draak van een nummer.

Advertenties

Read Full Post »

Dag 25. Volledig losgemaakt van de grond kijk ik achterom. Bijna vier weken lang heb ik mijn ervaringen, mijn dromen, mijn favoriete plekjes en mensen kunnen delen met een groep jongeren die elk op hun ongelooflijk unieke, mooie manier wisten om te gaan met beelden, geuren en kleuren. Ik weet hoe hard dit kan blijven kleven en ontdekken dat ik er als kleine sterveling in geslaagd ben om negen zulke prachtige mensen zo diep mee te nemen maakt mij eigenlijk wel trots. Alles wat ik wilde en waar ik zo van geniet, is gelukt: ik wéét dat dit ook voor hen niet zal voorbijgaan.
Mulanje was heftig. Samen die berg trotseren boetseert een groep. Ik beloofde iets wat nog heftiger zou zijn in het noorden van Malawi. Door kennis te maken met twee projecten (Keep Girls Safe in Rumphi en Kalambwe Disability in Nkhata Bay) wilde ik tonen hoe hard een leven hier kan zijn, maar ik wilde vooral laten zien hoe ondernemend, positief en zorgzaam mensen kunnen zijn. Ik wilde tonen hoe mensen hier voor mensen zorgen (zomaar, omdat dat het goede is) en hoe een kleine rimpel het verschil kan maken voor zoveel andere levens. Ik hoop dat het vooral die verhalen zijn die mijn groep meeneemt en dat zij op deze manier kunnen verder rimpelen in een soms te platte wereld.
Nog steeds grijpt het mij naar de keel. Zelfs na al die keren. Ik voel zoveel liefde en zoveel tegengewicht voor onze koude handen en hoofden en ik wenste dat iedereen dit kon meemaken. Het verandert een mens, helemaal vanbinnenuit en de gloed die je daarna afgeeft, gaat niet over. Beschuldig mij gerust van pathetiek, maar kom eerst kijken voor je oordeelt.
Wat ik niet verwacht had, was de hevigheid van een ander verhaal dat zichzelf al stilletjes aan het schrijven was. De redenen om naar Malawi te blijven terugkeren worden steeds hardnekkiger. Deze keer kwam het in de vorm van een lieve, mooie man.
Ik weet niet waar dit naartoe gaat en ik dwing mijn voeten op de grond. Maar het voelt op dit moment gewoon heel erg juist en ongelooflijk goed.
Wordt vervolgd.

Read Full Post »

Dag 16. Warme wollen sokken boven mijn comfy pants en daarboven af te pellen laagjes, het ene al modebewuster dan het andere. Matt bakt onze biefstukjes op een houtvuur en wij zitten bil tegen bil – dat is veel warmer en vooral veel gezelliger – te wachten tot we een wolkje warmte kunnen opvangen. Ons huis-voor-één-nacht is de CCAP-hut op Mount Mulanje, het beest waar ik mezelf nu al voor een tweede keer opgehesen heb. Het kostte ons gisteren 5h (min pauzes) om de berg te temmen tot aan Chambe hut. Wat mezelf verraste: ik genóót!
Wie Mulanje al bedwong, weet dat de eerste dag het meest pijnlijk is: the only way is up. We startten aan de voet en keken op naar Mulanje’s bergbroertje. Een tweetal uren later hadden we zicht op de kale plek in zijn kruin. We klommen boven de wolken en boven de bomen en eindigden in Chambe hut waar we worstjes aten, sterren telden en wensen deden.
Dag 2 op de berg was bedoeld om nog meer te genieten, maar de overijverige zon, het gebrek aan stromend water om onze drinkfles bij te vullen en een karig rantsoen maakten het ons toch iets lastiger… Maar opnieuw: ik genóót! In het gezelschap van enkele topmadammen en een topkerel uit de groep, geflankeerd door onze lokale helden Samson, John en Lewis.

Intussen zit ik verstopt in mijn slaapzak. We ademen net geen koude wolkjes, wat gisteren wel het geval was. Straks snoer ik alles goed dicht en maak ik van mijn lijf een chauffageketeltje. Nele en ik staan om 5h op om met Lewis naar de rand van de berg te wandelen voor een magnifiek uitzicht op de Zuid-Malawische skyline. Twee uren later beginnen we vanuit de hut aan de afdaling. Arme knieën, arme kuiten, arme bovenbenen. Arm lijf tout court. De Likhubula pools aan de voet van Mulanje, hoe dodelijk koud ze ook mogen zijn, lonken nu al verleidelijk.

Het is 20h30 en ik stop mezelf helemaal in. Ik rits alles toe wat te ritsen valt en snoer alles vast wat te snoeren valt. Inclusief mijn gedachten. Naar het schijnt werkt dit het best in je blootje, maar ik koos toch voor de optie trui-met-kap tijdens deze zedige KrisKrasreis. Slaapwel!

Read Full Post »

Dag 12. Befaamd en bevreesd onder menig reisbegeleider. Iedereen wordt te moe om 24 op 24 hard zijn best te doen om sympathiek over te komen.
In ons geval kruipt het vroeg opstaan wat in de kleren. Dit in combinatie met wat self fullfilling prophecy zorgt voor een officiële dipdag. Ik spreek vooral voor mezelf, want ik ben moe, van tijd tot tijd een beetje gestrest en ik heb pijn in mijn rug. Maar geflankeerd door Margot, Kelly en Nele, drie zonnestraaltjes van deelnemers en een hoestend aapje, laat ik mezelf toe om te genieten van het uitzicht aan de Luangwa rivier. Als we dan een beetje grumpy zijn, dan het liefst hier.

We hebben er al anderhalve dag safari op zitten. En natuurlijk – lucky bastards als we zijn – hadden we direct boerengeluk: twee luipaarden en drie leeuwen (en zoveel meer) tijdens de eerste game drive. En ook nummer twee was een schot in de roos met meer luipaarden, een leeuw (in het gezelschap van een half leeggegeten olifant) en hyena’s bij de vleet. Maar hét moment kwam er toen onze jeep begon te proesten en pruttelen. Je kent het wel: zo van die zielige kuchjes die aangeven dat de batterij leeg is. Heel frustrerend thuis tussen Vlaamse velden, bijzonder spannend in de nachtelijke Afrikaanse savanne, habitat van menig wild gespuis zijnde de eerdergenoemde leeuw en luipaard. Onze gids Ephraim, klein als een duimpje, maar een knaller met twinkeloogjes en vampierentandjes, bleef moedig proberen. Helaas. We zaten vast. Brieuc en Hendrik namen de moedige beslissing om te duwen. Een halve minuut later begonnen we opnieuw te bollen. En nog steeds, ook op dit eigenste moment, houden we het niet van het lachen als we denken aan Brieuc, die zwart als roet van achter de uitlaat tevoorschijn kwam. Hij sprak de legendarische woorden ‘Ik stond voor dienen uitlaat!’ en schopte het voor de tweede maal deze reis tot held van de dag!

Diarree in de bosjes, olifanten op speed, gezichtsmaskertjes in de brousse, de kunst om te kunnen zien of iets/iemand al dan niet al wandelend kaka deed enz. Van mij mag het op deze manier elke dag dag 12 zijn!

Read Full Post »

Dag 7. Tussen de muren van twee buszetels vind ik tijd om verslag uit te brengen over de voorbije dagen. We hebben naast een stevige film (No Escape), ook een pak koekjes, gedroogde mango, een broodje kaas en al enkele uren bus achter de kiezen. We zijn op weg naar Lusaka van waaruit we morgen naar Katete vertrekken, de tweede etappe van onze KrisKrasreis.

Tijdens deel 1 kozen we voor spektakel en verwondering. Zelfs een vierde bezoek aan de Victoriawatervallen doet me de oorsprong van elke vorm van zingeving inzien. Hoe anders dan geschapen door goden kan zoveel water als een donderend rookgordijn naar beneden vallen? Dat moet elke mens zonder handvaten gedacht hebben. Zo ook onze goede vriend Doctor Livingstone, die iets over engelen en hun vlucht zou gepreveld hebben bij de eerste aanblik van Mosi oa tunya.
Ik voelde mij dit jaar wel heel erg welkom: we waren nog geen 5 minuten in het park en een behoorlijk uit de kluiten gewassen baviaan sprong op de weg. Zonder twijfelen greep hij mijn zak vast. Wat volgde, was hilarisch en angstaanjagend tegelijkertijd. Enkele seconden lang ontstond een hevig trekgevecht tussen de baviaan en ikzelf. Hij graaide gretig in mijn tas en probeerde ervandoor te gaan met mijn paspoort en mijn zonnecrème. Eerder instinctief dan beredeneerd koelbloedig bleef ik mij verzetten. Ik trok tot ik een rode kop kreeg. Ook de baviaan hield vol. Oog in oog met dit monster met een roze poep klemde ik mijn kaken harder op elkaar: trekken alsof mijn leven er van afhing! En mijn heldhaftige kriskrasgroep… stond erbij en keek ernaar… Ze werden oorverdovend stil en dat voor het eerst tijdens deze reis! Ah, ze zijn zo flink (maar niet saai).
Na deze geweldige proloog en nadat we met veel oo’s en aa’s elk panoramisch zicht op de watervallen hadden ontdekt, verkenden we het domein op alle mogelijke manieren: bengelend aan een koord (horizontaal, verticaal en diagonaal), in een rubberen raftboot, op safari en zelfs op de rand waar het water van de Zambezi stopt met stromen en start met vallen. Ik denk dat iedereen geniet en dat is mijn grootste plezier.

Ik lig ondertussen in mijn mosquito proof gesluierd bed in Kalulu Backpackers. Na de lange busrit en heel wat geregel in het busstation ben ik moe. Mijn hoofd staat niet stil. Er komt nog meer van dat, I presume.

Read Full Post »

Tawonga chomene!

In juni brokkelt het skelet van mijn dag af. Hoe verder ik vorder in het ganzenbord van mijn kalender, hoe meer deuken in het centrum van dit gedrocht: structuur. Ik heb een erg passionele haat-liefdeverhouding met dit beest. Routine, regelmaat, orde worden gewenning en sleur. Maar eenmaal vertrokken, snak ik naar die vaste tijdstippen en rituelen.
Juni is de maand met een vol hoofd. Ik zit helemaal gekneld tussen het afronden en het resetten. Terwijl ik toetsenbundeltjes maak en huiswerken bijeenraap (en mezelf vervloek dat ik de jaarlijkse belofte om alles nauwgezet en gestructureerd bij te houden opnieuw verwaarloosde), probeer ik mezelf de weg te wijzen in het examentoezichtrooster én reis ik in gedachten al tienduizend kilometer verder.

Middenin die chaos, die trouwens groter is binnenin dan langs de buitenkant, valt er wel eens een verrassing op mijn kop. Zo mocht ik vandaag tijdens de middagpauze langsgaan bij enkele leerlingen van de SOCO-raad van ons SJB-college in Avelgem. Ik kreeg een cheque van 500 stevige euro’s in de handen gedrukt. Voor Malawi. Het hele jaar door engageerden deze fijne jonge mensen zich om fairtradeproducten te verkopen aan hun medeleerlingen. Dit mooie bedrag werd dus bijeengespaard door de gulle betrokkenheid van enkele leerlingen én de liefde voor chocolade van de Avelgemse schoolgaande jeugd.

In alle stilte en met veel bescheidenheid kreeg ik de afgelopen maanden uit verschillende hoeken envelopjes, kaartjes en zelfs dozen met enkele kilo’s munten toegestopt. Heel wat mensen lieten Smiley, Benson, Steward, Mister Kaunda, Richard, Victoria enz. écht binnenkomen. Als ambassadeur van deze verhalen ben ik ontroerd door het blinde vertrouwen dat jullie hebben in deze mensen met een plan. De centen lever ik persoonlijk af (deze zomer reis ik opnieuw als reisbegeleider naar Malawi met een enthousiaste groep KrisKrassers) en ik kan jullie op het hart drukken dat ze duizenden kilometers verderop ontvangen worden met de allerallerdiepste dankbaarheid. Voor de twee projecten (Kawaza Youth Organization in Rumphi en Kalambwe Disability Forum in Nkhata Bay*) die ik probeer te ondersteunen door een brug te zijn tussen jullie en deze mensen in het zuiden, maken jullie het verschil.

Brief Kalambwe

Tawonga chomene, oprechte dank dus, aan:

  • Els en de directie, leerkrachten en alle kindjes van de Vrije Basisschool in Bellegem
  • Hanne
  • de collega’s van de werkgroep rond de solidariteitsdag in de Sint-Jan Berchmansmiddenschool in Avelgem
  • de SOCO-raad van het SJB-college in Avelgem
  • de Avelgemse GRIS
  • Katelien

Wie met de druppel-op-een-hete-plaatrede wil komen aandraven, mag deze mensen in Malawi samen met mij in de ogen kijken. Dan voel je dit: deze druppels maken wel degelijk iets uit, als een kleine rimpel die golven trekt om mijlen verderop een boot te dragen of te keren.


*Wie wat wind in zijn geheugen wil over wie, wat, hoe, waarom enz. kan eventjes terug scrollen naar de berichten van augustus 2016 waarin ik beide projecten toelicht.

Read Full Post »

Het beloofde vervolg liet op zich wachten. We zitten en liggen intussen in alle mogelijke houdingen in, op en onder de zitjes op Kamuzu National Airport. We gaan naar huis. Of net niet. Ik laat ook een thuis achter en ik breek een klein beetje, ook al weet ik dat dit een tijdelijk en kort afscheid is.

De afgelopen dagen waren zo vol van alles dat ik er werkelijk niet toe kwam om een nieuw bericht te schrijven. Ondertussen hebben de verhalen zich al zo hoog opgestapeld dat dit een onmogelijke klus wordt.

Ik pers ineens alles samen. Ik hoef niet opnieuw te schrijven hoe Kafukule onder mijn vel kruipt. Ik hoef niet nog eens te vertellen dat het gemis om mister Ziba een gat blijft slaan in mijn hart. Of dat Ndindasi en Khonje er samen voor zorgen dat datzelfde hart opnieuw gevuld raakt.
Het ging zo: we melkten een koe, maakten soyamelk, probeerden ‘s avonds een bende erg sportieve kuikens te vangen en naar hun hok te brengen, sneden tomaten met een machete, maakten mandasi, juichten vermoedelijk voor het juiste team tijdens een korfbalwedstrijd gescheidsrechterd door een stoere madam met een baby op de rug, beklommen Kavunguti phiri met mister Zangazinji, dronken een fanta pineapple met kalenderwaardig topmodel mister Manda, kregen twee maal ontbijt van onze wedijverende Malawische mama’s, lieten ons niet bang maken door het nijlpaard in Nkhata Bay, dronken sea breeze cocktails, doken en zwommen in Lake Malawi, werden ziek en weer gezond, kochten een giraf, imiteerden een hippo, bezochten de Kalambwe group met Smiley, lieten erg verdoken een traantje in het weeshuis in Rumphi, knuffelden Matt Smiley Benson Richard Kelvin Cristina…, chineesden met Rashid, springbokten in Mabuya, bleven op tot lang na nkhuku time en vielen in panne op 100 meter voor de luchthaven. En… ik won de Michael Jackson Dance Contest in Mabuya Camp. Yes indeed.

Hier neemt gastblogger Karl het eventjes van mij over:

‘Uitzonderlijke gebeurtenis, ik blog. Ik mag dat van Aline. Nog wel op haar eigen computer ook. Kleine introductie dan maar. Ik ben Karl, and I am not smart but I know how to pay attention. Dat heb ik de laatste twee weken toch proberen doen.

Ons avontuur begon in Zambia. Kort maar krachtig zoals ze in België zouden zeggen. Te kort zeker. Krachtig ook. Maar vooral op Afrikaans ritme. Vakantieritme. En dat bedoel ik als een positief punt. Hier valt voor onze burnout bore-out depressiegevoelige overgestresseerde en à-la-limite asociale Belgische maatschappij nog iets te leren.

Goed. Zambia dus. Nog geen 15 minuten ter plekke en een hele reeks olifanten stond ons al op te wachten. Neen, niet figuurlijk. Letterlijk. Als ze nog dichterbij gepasseerd waren zouden ze hun voeten kunnen vegen hebben aan de deurmat van onze hut. En dan waren ze ineens misschien beter binnen gekomen voor een glaasje thee. Of een pint. Niets is vergelijkbaar met de eerste keer dat je oog in oog, op enkele meters, komt met deze prachtige schepsels van de natuur. De echte koningen van de jungle.
De komende dagen zouden we vullen met het filosoferen over onze impact op de wereld. Hoe ‘average’ of ‘above average’ we zijn in bepaalde aspecten van het leven. Hoe wij in het leven staan. Zelfs onze politieke overtuigingen kwamen aan bod. Maar daartussenin; en altijd op een onverwacht moment; die confrontatie met de natuur in haar puurste vorm. Van Olli de olifant tot Leo de leeuwin. Van een grijnzende hyena tot zebra’s net uit bed in het ochtendgloren met hun pyjama nog aan. Een wildebeest, een hamerkop, een wilde hond, en Harry de happy hippo. Maar vooral met Staf de giraf als mijn persoonlijke favoriet.
Yewo tawonga Zambia om met ons jouw prachtige natuur en nog prachtigere dieren te delen. Het zal mij altijd bij blijven.

Volgende stop Malawi. En het is zoals ik in de reisgids bij Ndindasi thuis kon lezen: “Even for those who think they know their Africa, Malawi can be an unexpected and pleasant surprise.” Dat is zeer waar. Maar dat dekt de lading niet. Of zoals zo vaak gezegd wordt: “Malawi is the warm heart of Africa”. Weeral zo’n waarheid als een koe (noembi). Maar zelf dan ben ik niet zeker of deze slagzin de waarheid alle eer aandoet. Het is nog meer dan dat. Maar laat ons vooral beginnen bij het begin.
Wij hadden al een eerste nacht in Lilongwe erop zitten. Die eerste dag hadden we al kennis mogen maken met Rashid de taxichauffeur. Maar de komende weken zouden er nog veel volgen: de chauffeur en propper van onze minibus, de mensen aan de grenscontrole, een toevallige passant, de koks en het personeel in onze lodges, de mensen naast en rondom ons in de AXA-bus, de kinderen en vrijwilligers van het weeshuis in Rumphi, de directrice en leerkrachten van de school in Rumphi, alle kinderen van Kafukule die vanop veilige afstand kwamen kijken en zwaaien naar de muzungu’s, en alle anderen die ik vergeten ben. Met speciale vermelding voor Smiley, Kelvin, Mr Manda, en het gezin Tegha. Met superspeciale vermelding voor Ndindasi en Wongani, die ons aan de school van Lozwati met beide armen verwelkomden. Ndindasi die ons als weduwe van Mr Ziba als dochters en zoon bij haar in huis nam. Ons verblijf in Kafukule zal voor mij altijd een herinnering blijven die ik koester. Maar wat mij ook zal herinneren is de warmte die ik heb mogen ervaren over heel Malawi.
Yewo tawonga Malawi om met ons jouw prachtige mensen en nog prachtigere gastvrijheid te delen. Het zal mij altijd bij blijven.

Dit zou allemaal niet gebeurd zijn als ik een klein half jaar geleden Aline niet tegen gekomen was. Soms kom je mensen tegen waarvan je onmiddellijk weet dat het goed zit. Aline is zo iemand. En dan spring je in een avontuur wetende dat het de moeite zal zijn. Ook al is het niet altijd rozengeur en maneschijn (#uwrijstisbesmetuwrijstisbesmet).
Maar om te eindigen waarmee ik begonnen ben: Aline, onderschat jouw invloed op de wereld niet. Zeker niet in Malawi, waar ik heb kunnen aanschouwen hoeveel levens je beïnvloed hebt de laatste jaren en hoe graag de mensen je hier telkens opnieuw verwelkomen als een oude vriend. Maar ook niet op mij en de andere mensen uit België. Jouw invloed op de wereld, die is (net zoals jouw springbok-sliding-moonwalk) zeker en vast ‘above average’. Bedankt om dit deel van jouw leven met ons te delen.
Yewo tawonga chomene!’

Hier neem ik het opnieuw blozend over. Heel eventjes maar. Met de belofte geen traantjes te laten, lees ik de indrukken van guest writer Karl. En weet je wat? Ik kan eigenlijk niets toevoegen. Karl slaagt er in om mij te doen zwijgen. Dat is pas above average, meneer Craps.

Read Full Post »

Older Posts »