Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Mijn blik & ik’ Category

Bijna geruisloos passeert het: een bericht dat ik online bij De Standaard zag knipperen. Intussen werd het overgenomen op deredactie.be en na de zwemtraining die hier ergens als pauze tussen de alinea’s is geslopen, kreeg het nieuws ook wat aandacht op één. Het kopt in elk geval niet tussen de meest gelezen artikels.

‘Pas automatisch Belgische nationaliteit als beide ouders Belg zijn’.

Ik fronste toen ik het las. Ik knipperde. Las het nog eens. En nog eens. Tot ik zeker wist dat het er stond. We lezen dit en denken ‘zo zo’ en we scrollen verder.
Ik snap het niet. Waarom laten we dit zo achteloos passeren? Léés wat er staat!
Een kamerlid dient een voorstel in om kinderen wiens ouders niet allebei Belg zijn slechts ‘voorwaardelijk’ in de palm van ons Belgenland te laten schrijven. Tussen hun 18de en 28ste kunnen ze dan een burgerschapstest afleggen om te bewijzen dat ze het ‘verdienen’ om Belg genoemd te worden. Maar: er zijn uitzonderingen waardoor je een vrijstelling kunt krijgen. De Belgische staat schenkt je in bepaalde gevallen genade. Dan mag je na een papieren strijd tóch zonder test toetreden tot het clubje der Belgen. Op de tweede rij weliswaar. Ziet niet iedereen hoe vreselijk fout dit is?

Idiote ideeën zullen er altijd zijn en ik blijf nog steeds vurig hopen dat dergelijke zaken nooit (meer) een opening zullen vinden en effectief in onze maatschappij zullen worden neergepoot. Maar wat ik niet snap, wat mij echt zorgen baart, is dat dit niet op meer weerstand stuit. Als we dergelijke onzin horen, waarom komen we dan niet massaal in opstand? Waarom veroorzaakt dit geen kleine (liefst een grote) politieke rel? Zoals ik eerder aanhaalde, dit bericht staat zelfs niet eens tussen het meest gelezen nieuws. Laat het ons echt zo koud?
Dit zijn voorspellingen voor barre tijden. We negeren geen smeulend vuur, maar een smeulend zuur. Het bijt gaten in onze redelijkheid.

En hier zijn we weer: het heeft geen zin.
Het heeft wél zin, tenminste als iedereen reageert op zulke zaken die je tegen en vooral ín de borst stuiten.
Het afgelopen weekend vonkte het af en toe vanbinnen tijdens de stream of consciousness van Marc Colpaert voor de nieuwe KrisKrasreisbegeleiders toen de termen voice en vote terecht als verschillend, maar dooreengehaspeld werden aangehaald. Hoe kan het dat we in een maatschappij waar neoliberalisme het nieuwe volksgeloof is, waar zelfontplooiing boven alles staat en waar alle woorden en elke toon onder het mum van freedom of speech getolereerd worden, het populisme en kuddedenken zegevieren? We zijn o-zo-vrij in onze gedachten, maar hebben nog nooit zo hard gezwegen over faliekante onrechtvaardigheden. We hebben onszelf monddood gemaakt en onze weerstand beknot. We verdragen dat racisme, discriminatie, het creëren van tweederangsburgers, het negeren en zelfs bespotten van mensen in nood enz. als mainstream worden aanvaard. Dit is schijnvrijheid, want we houden onze kaken stevig op elkaar geklemd gesust door… wat?

En ondertussen… in de hoekjes van de online nieuwsberichten staat er te lezen dat de grootste humanitaire crisis sedert 1945 de hoorn van Afrika bedreigt. 20 miljoen mensen lijden honger. De hoorn van Afrika. Ver van mijn bed.
Sedert 1945, mensen. Weten we dan echt van niets?

Advertenties

Read Full Post »

Vier jaar later

Hoewel ik to-taal geen inspiratie heb, is er wel de behoefte om iets te schrijven. Ik wil een link levendig houden, zeker omdat het tien jaar geleden is dat ik met mijn ogen dicht en mijn hart open in een avontuur sprong.
Hoe kon ik toen vermoeden dat ik zo hard verbonden zou blijven?

Ik ben altijd en overal ontheemd. Nooit helemaal heel. Mijn tropenkoorts die nooit zal overgaan.
Verwijt mij pathetiek en drammerigheid. Echt. Ik vind het zelf ook flauw hoe ik dit nergens en nooit kan loslaten. En ik hoor mezelf ook heus te veel dezelfde dingen vertellen. Ik echo vooral in mijn eigen hoofd. Dan hamer ik in gedachten: zwijg! Maar niemand kan me tonen hoe ik die honderden verhalen kan inslikken. En vooral: wie leert me om met die verhalen ook de heimwee weg te duwen?

Ziba stierf vier jaar geleden in een auto-ongeluk. Omdat hij het meest vaste fundament is van wat ik hierboven met de nodige drama omschrijf, verdient hij een jaarlijks hoopje woorden. En ook al zijn ze niet altijd even gevleugeld of spannend, ze zijn helemaal voor hem, geweekt en gekweekt in de diepste dankbaarheid om het stillen van een honger naar warmte, (uit)waaien en weten.
Vandaag omarm ik dus mijn saudade (een klein weetje: ‘saudade’ is een van de meest onvertaalbare woorden ter wereld. Samen met ons ‘gezellig’ of het hierboven gebruikte ‘uitwaaien’. Hoe schoon en boeiend is dat niet?) en in mijn omarming zit mister Ziba liefdevol gekneld tussen oude herinneringen en verse verwachtingen.

Read Full Post »

Alles ontploft. De sociale en minder sociale media. De wereld, de mensen, mijn kop.
Ik probeer te vechten en niets te posten, maar mijn handen eindigen toch weer op het klavier. Deze keer niet met dansende vingers, maar met harde, klamme en haperende slagen. Shit.

Je hebt niets aan mijn idealistische gekraai of politiek-utopisch huppeldepupgedoe. Je wordt geen rijker en voller mens na het lezen van de binnenkant van mijn hoofd. Ik wilde dat ik iets écht kon bijdragen, maar al die wegen leiden blijkbaar naar ontgoocheling en uiteindelijk verbittering. En net dat kan mijn tere zieltje niet aan.
Ik voel mij hier niet thuis. Het sneltempo waarin deze net iets te existentiële momenten elkaar opvolgen, wordt echt lastig. Ik wilde dat ik harder was, meer nuchter en sterker. Anders. Dat mijn hart niet zo week was als een bananenpannenkoek en mijn hoofd niet zo open en vol was als een… ja, als wat eigenlijk?
Hoe kan het dat dit mij opnieuw zo raakt? Ik wil een stolp waar alleen nog licht door kan. Ik wil een zeef om de smurrie te kunnen filteren. Of een hand op mijn schouder die zachtjes knijpt en zegt: ik begrijp je. Helemaal.
Nog eens shit.

Bespaar mij alsjeblieft de trek-het-je-niet-aanretoriek of de vingerwijzende analyses. Het is wat het is en ik voel mij voor de zoveelste keer bescheten als een paal in een baai. Hier moet ik het mee doen. Hier moeten we het allemaal mee doen. En ik vind het niet plezant.

Read Full Post »

Vandaag werkte ik enkele achterstallige aflevering af van Terug naar eigen land. Toegegeven, een GOT- of Dextermarathon op een woensdagmiddag klinkt geloofwaardiger en wellicht ook iets opwindender. Toch vond ik dat het tijd was om, na een reeks CSI-afleveringen en enkele chick flicks, mijn digibox op een zinvolle manier op te kuisen.

Enkele weken geleden werd ik eventjes van mijn sokkel geblazen door een driekwartaflevering die ik toevallig al zappend oppikte. Terwijl ik ’s avonds keihard flarden bagger kan consumeren en reclameblokken gretig weg klik op zoek naar nog meer zinloze tv-prut, had ik die keer de leeghoofdige filmpjes tussendoor nodig om beeld voor beeld van mijn netvlies weg te pinken. De reclame bleef spelen en zette de heftige indrukken een vijftal minuten op pauze.
Ik hou van dergelijke tv-programma’s als kleine vensters op de wereld. Ze sijpelen mijn huiskamer binnen en blijven toch eventjes kleven. Maar deze keer was ik écht onder de indruk. Ik had de eerste aflevering gemist en werd meteen naar de vluchtelingenkampen in Afrika en het Midden-Oosten gekatapulteerd. Dit kwam zo dichtbij. Dit werd zo echt.
Ik denk dat ik met gemak onder de categorie ‘gevoelige kijker’ kan ingedeeld worden. Ik kan oprecht snotteren bij Het journaal of bij een aflevering van Vranckx. En ik leef al mijn leven lang mee met Het Onrecht in de wereld (jawel, met een hoofdletter) en de voorbije maanden met het lot van zóveel mensen op de vlucht. Maar dit werd zo akelig echt omdat het ogenschijnlijk door jouw en mijn ogen werd gefilmd. Ik voelde de verontwaardiging van de reizigers, ook over elkaars uitspraken, blikken en gedachten. Ik voelde ook ongelooflijk veel warmte en sympathie voor bepaalde bekende koppen. En man, wat werd ik boos, triestig en moedeloos door de verhalen die werden getoond.

Ik wil allerminst mijn kijk op het hoe en waarom van deze shitzooi ventileren. Ik geloof niet dat ik hier genoeg van af weet om als zoveelste met enkele gevleugelde woorden een analyse te maken die steunt op wat de media mijn hoofd en mijn huis binnenbrengt. Ik geloof ook dat bijna iedereen zijn eigen kijk en gelijk heeft over deze uitzichtloze problemen. Het is niet mijn bedoeling om opnieuw een pleidooi te houden voor of tegen, op of onder, naast of boven. De programmamakers slagen er sowieso in om de gedachten van een grote groep Vlamingen, Belgen, misschien zelfs Europeanen, een gezicht te geven door heel secuur zes verschillende bekende mensen te kiezen die voor ons kunnen spreken. Ik hoef er dus niet eentje (of twee) uit te pikken om gedachten die tegen de mijne aanleunen te herkauwen.

Wat wil ik dan wel? Ik wil mijn algemene verontwaardiging uitdrukken, mijn onbegrip voor deze kille en harde maatschappij. Hoe mensonwaardig moet iets zijn om, eindelijk ontdaan van alle vooroordelen en elk beetje opportunisme om ons leven en lijf, volledig losgekoppeld van ons ik-gefocuste denken en zijn – kortom: helemaal gestript als mens – diep verontwaardigd te zijn? Waarom zien we in om het even welke situatie ook onze eigen mogelijkheden, beperkingen, winsten en verliezen? Waarom kunnen we niet los van onszelf met heel ons lijf empathisch zijn, afkeuren en vooral diep geshockt zijn?
Je werpt op: miserie is van alle tijden. Maar dit is onze huidige maatschappij: onze westerse technologieën, mondiale filosofieën, ons vermogen om de wereld rond te reizen (fysiek, mentaal en digitaal), onze onbeperkte toegang tot kennis en informatie, ons land waar bonussen van 350 miljoen euro kunnen worden uitgereikt, ons continent waar je met één voetbalmatch 730 duizend euro kunt binnenrijven. Alles kan en alles mag. En toch botsen we binnen de muren van oneindige mogelijkheden voortdurend op onze grenzen en dat omdat we overmoedig zijn.
We zijn slechts passanten, geen bezitters van tijd of ruimte. We vergeten dat overmoed een leidmotief is en blijven onszelf veel te belangrijk vinden. Alvast belangrijker dan die mens in de miserie, ver weg en ook dichtbij. Er is begrip voor die miserie, maar ze mag maar zover reiken tot zij onze grenzen raakt. Voor we beginnen aan een resem goed en minder goed beargumenteerde bezwaren, kunnen we dit niet eens samen allemaal heel heel erg vinden?

Read Full Post »

Avelgem, 28 februari 2016

Lieve Ziba
Adada
Basambizgi

Vandaag is het precies drie jaar geleden dat je verongelukte. Nakumbuka. Nalua yayi. Ik weet het nog. Ik vergeet het niet.
Ik weet nog heel precies hoe ik Khonje haar berichtje las. Ik hoef niet te graven, mijn ogen niet te sluiten. Jouw verlies voelt vandaag opnieuw vers. Maar er is niets mis met het toelaten van alle gevoelens die hierin genesteld zitten. En ik geef ook toe: het is niet enkel het verdriet dat blijft kleven. Denken aan jou, ook aan jouw pijnlijke afscheid, is verweven met zoveel dankbaarheid, zoveel warmte. Het litteken van jouw verlies doet geen pijn meer. Het is er zeker wel, maar het blijft geen wonde. Het maakt van mijn huid een unieke reliëfkaart. Een vel met een schoon verhaal.

Ik blijf geloven in onbaatzuchtigheid en hartelijkheid. Ik zie het niet altijd en ik zie het ook niet helder, maar dat is misschien omdat ik niet goed kijk. In jouw land is alles open, buiten en zichtbaar. Hier zit heel veel goedheid verborgen in de kieren van kleine gebaren. Wolken zorgen voor een troebel zicht, maar scherpen mijn andere zintuigen aan zodat ik kan blijven zoeken en vinden. De voorbije weken kwam het in de vorm van een bord wortelpuree, een wandeling, een stapel wafels of klaaskoeken, een bericht, een doos nijlpaardchocolaatjes, een overgenomen les Nederlands of Latijn, een koffie, een autorit, een slaapplaats of een kom soep.

Deze keer wil ik dus niet uitweiden over mijn ongenoegen, mijn boosheid, mijn angsten, mijn ongeloof of over mijn zorgrimpels omwille van het politieke en sociale klimaat. Vandaag laat ik de wolk toe en buig ik hem om naar een sluier die enkel het positieve filterend doorlaat zodat ik met alle andere zinnen kan nagenieten van alle mooie herinneringen die nazinderen en een stafkaart vormen voor alles wat nog lonkt.

Read Full Post »

Dit maalt te hard in mijn maag. Ik voel me met mijn hele denken en zijn, mijn hele hoofd en lijf, genoodzaakt dit te delen.

Enkele dagen geleden stootte ik per toeval op een blogbericht over vluchtelingen in Europa. Ik verwachtte niets anders dan een fijn staaltje eigen-volk-eerstretoriek, iets wat we de voorbije weken stilaan als dagelijkse kost zijn gaan beschouwen. Maar ook als iets wat nooit went. Iets waar ik nooit aan wil wennen of immuun voor wil worden. Toch weiger ik om boos, agressief, aanvallend te reageren op mensen die een andere richting uit kijken dan ikzelf. Ik begrijp dat sommigen bang zijn voor wat onbekend is. Deze angst wordt tenslotte met dure woorden gretig aangewakkerd door mensen die een zeker mandaat gekregen hebben. Je kan er niet om heen: angstpolitiek in een populistisch jasje werkt.
Tot daar kunnen mijn hart en hoofd wel wat verdragen. Tot daar kan ik bepaalde zaken plaatsen, kaderen en heel soms zelfs klasseren. Het laat me niet koud. Integendeel. Ik slik. Maar de brok vindt uiteindelijk een weg door mijn keel omdat ik nog steeds wil geloven dat mededogen en vertrouwen het zullen halen van onverschilligheid en angst.

Maar mijn oog viel op iets wat ik niet onbewogen kon weg klikken of slikken. Ik scrolde te ver naar beneden en belandde in de kerker en de marge van de blog. Wat volgde op de post die ik las, oversteeg de grenzen van wat dit gestel kan verdragen. Ik hoef het niet letterlijk te herhalen als een smet op deze tekst, maar ik kan verzekeren dat ik in enkele regels tijd 75 jaar terug werd gekatapulteerd. Het was ziek. Ik werd ziek. Ik kan onmogelijk begrijpen dat een mens een andere mens op basis van etniciteit, religie, politieke overtuiging of wat dan ook in deze gradatie kan verachten. Ik begrijp niet dat wat vijf jaar geleden als onvoorstelbaar marginaal en tot-op-het-bot-fout werd voorgesteld in reportages en duidingsprogramma’s, vandaag algemeen aanvaard gedeeld en geliked kan worden. Ik word op mijn beurt angstig, opstandig en vooral intriest als ik ontdekt dat dit gedachtegoed niet automatisch als gevaarlijk en zorgwekkend wordt beschouwd door elke vezel in deze samenleving. Tot hier reiken mijn grenzen van verdraagzaamheid.

Wat ik wil zeggen: ik wil en kan niet aanvaarden dat onze maatschappij ook maar ruikt naar wat ik gelezen heb. Laat ons alsjeblieft niet zo achteloos omgaan met woorden. En al zeker niet met mensen.

Read Full Post »

Brief aan Ziba

Ziba,

Tussen vier muren, gevangen en gekluisterd aan het zwoegen van mijn eerstejaars lukt het mij niet om in de stapels papier te verdwijnen. Het lukt niet om de wereld rondom mij te bevriezen en onverbiddelijke strepen rood te trekken op examens.
Al enkele dagen dwaal je door mijn hoofd, heel voorzichtig en zonder veel gaten te slaan, want het verdriet om jouw sterven heeft zich genesteld ergens middenin mijn buik. Het draait rond mijn navel en kruipt slechts af en toe naar buiten. Je bent niet langer allesoverheersend, gewoon sluimerend aanwezig. Je bent nooit tastbaar dichtbij geweest en dat maakt de kunst om jou te missen tot een zoektocht. Maar het gaat wel. Jij hebt een plaats: in mijn hoofd, in mijn hart, in mijn huis.

Deze zomer heb ik afscheid genomen. Ik hoorde het verhaal van je ongeluk. Ik weet dat je dood snel kwam, waarschijnlijk zelfs pijnloos was. Dat is een geruststelling. Ik bezocht je graf en deelde eindelijk mijn verdriet met mensen die evenveel van je hielden als vader, zoon, echtgenoot, mentor, vriend. Jou niet meer zien, jou direct missen door een lege stoel te zien samen met de tranen van je vrouw was een genezing en een opluchting.
Jij bent verweven met elke herinnering aan het tweede leven dat ik in 2007 begon. Jij bent de bakermat van mijn reizen, de wieg van mijn liefde voor jouw land en zijn mensen. Omdat jij mij in je armen sloot en in je huis opnam, jaar na jaar na jaar, heb ik een passie die mijn honger naar kennis en mensen stilt.

De herfst is altijd moeilijk. Het beeld dat wij niet meer meekunnen met het hamerende ritme van elke dag is dan voor mij elk jaar het scherpst. Rondom mij zie ik mensen achterblijven of verzuipen. Wat zijn we hard geworden de laatste jaren. Voor onszelf en voor elkaar. In de zoektocht naar de cadans die mij doorheen het jaar moet helpen, probeer ik mijn evenwicht te bewaren onder vuur genomen door zorgwekkende persberichten, opgestoken vingertjes en verzuurde gezichten. Ik mis het mededogen. Ik mis begrip, compassie, zorgzaamheid. Overal. Ook in mezelf. Maar vooral in de mensen die dit voor ons werkbaar moeten maken.
Jouw land is geen paradijs. Er zijn beslommeringen en vragen waar ik als kleine mens geen antwoord op heb. Ik kan alleen vaststellen dat de fundamenten die ik nodig heb ginder niet versteend zijn: ook op losse schroeven erin slagen zoveel van zichzelf te geven voor niets. Geen ruilhandel in contanten, macht of aandacht. Gewoon vanzelfsprekende, oprechte hartelijkheid. Dat leerde je mij, niet met grote gebaren en levenslessen, maar door mij een opening te geven.
Ik wil niet verzuren. Ik weet dat ik het soms doe. Ik kneed zorgrimpels voor mezelf en zaag anderen de oren van het lijf. Het is verdomme moeilijk om het niet te doen. Het is balanceren op een koord, waakzaam zijn, niet overhellen naar de verkeerde kant. Het is begrip zoeken ook buiten de muren van je eigen denken en durven. Vechten (elke dag) tegen verzuring, egocentrisme en onverschilligheid, maar vooral vóór compassie en zorgzaamheid. Dit jaar komt het niet in akkoorden en besluiten, maar in de wil van mensen die nooit zullen berusten in een wereld waar alleen ‘het mijne’ telt.

Merci, Ziba.

Read Full Post »

Older Posts »