Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Mijn blik & ik’ Category

Ik schrijf vanop mijn roze wolk. Eindelijk. Ik zucht verlichting en verluchting in mijn hoofd.

De voorbije dagen, weken, maanden waren… weet je, ik kan hier eigenlijk geen woord voor verzinnen. Chaotisch, zwaar, uitdagend, moeilijk, frustrerend, lastig… Dit alles tegelijk en nog zoveel meer.
‘Hou je voeten op de grond.’
‘Je zit op een wolk. Je bent verliefd.’
‘Denk goed na.’
Mijn dames, mijn heren, ik stond met mijn voeten op de grond. Ik werd er elke dag opnieuw keihard in geduwd. Zo diep dat ik de afgelopen dagen amper met mijn lippen boven de natte aarde uitkwam.

Het ging zo:

Alles was te kort. Ik deed er te lang over om te zien hoe het werkelijk was en wat het moest worden. Wat een geluk dat volharding en geduld kunnen overlopen in één mens. Mijn Sekani. Smiley dus. Tijd werd onze eerste vijand. Daarna afstand. Toen het internet, centen, procedures en hét systeem.

Begin oktober vroeg Sekani zijn internationale reispas aan. ‘We still have time. No worries.’ ‘Neen,’ zei ik, ‘het moet nu.’ Geen Sekani onder de sloef (hoe zou dat ook kunnen?), maar die voeten op de grond na vele waarschuwingen van vrienden die mij voorliepen in ervaring.
De weg van Nkhata Bay naar Mzuzu kent voor Sekani geen geheimen meer. Ik denk dat hij elke barst en elk putje kent na de talloze keren dat hij in Mzuzu ging vragen of het paspoort-waar-hij-recht-op-had-omdat-hij-het-betaald-had al klaar was. Eindeloze excuses kreeg hij te horen tot ze zijn strot uitkwamen.
We weigerden om iets extra onder tafel te schuiven omdat we allebei niet wilden toegeven aan hét systeem. We bleven koppig wachten, want we dachten dat we het wel zouden winnen van dát systeem. Met volharding en principes. Helaas… De extra kwacha’s werden geschoven en nieuwe beloftes werden glimlachend gemaakt.
Sekani bleef op en af reizen en miste voor hem belangrijke dagen, afspraken en mensen. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. Tot we het allebei kotskotsbeu waren. En net toen frustratie omsloeg in paniek was daar dat paspoort, voor ons bijna met gouden randje.

In afwachting van het paspoort was ik al weken aan het verzamelen. Een apart mapje in mijn pc werd ‘Visum Sekani’ gedoopt en elke vrije dag probeerde ik het te laten groeien met brieven en andere papieren rompslomp, exact volgens de instructies van de Noorse ambassade in Lilongwe. Want het zijn de Noren die moeten beslissen of Sekani het récht heeft om bij mij te zijn. Met de examens in het vooruitzicht zorgde ik ervoor dat alles zo goed als in orde was. Het was enkel nog wachten op het paspoort om een vlucht te kunnen vastleggen en om een reisverzekering af te sluiten. Wachten wachten en wachten. Ik zag de datum van mijn vertrek steeds dichterbij kruipen en dat was goed, want vier maanden wachten is veel te lang. Maar tegelijk vreesde ik ook voor het moment dat het simpelweg te laat was en dat we onze plannen om langer te kunnen samen zijn, om elkaar gewóón beter te leren kennen zoals verliefde mensen graag willen doen, moesten opbergen. Dan was het na januari opnieuw wachten tot in juli en augustus en hoe kunnen wij dingen uitvissen als ons zo weinig tijd gegund is?
Maar daar was dat paspoort dan. Vorige donderdag. Op de valreep. Vrijdag werd de vlucht geboekt en maandag zou mijn vader helpen met het regelen van de reisverzekering. Rust in zijn hoofd, rust in mijn hoofd. Het mooie mapje op mijn pc kon dan zonder zorgen leeg geprint worden en dan kon ik samen met Sekani op 27 december, de dag na mijn aankomst, alles netjes indienen.

Tot. Ik. Zaterdagochtend. Opnieuw. Op. Die. Website. Keek. Voor de duizendste keer. Ik had een bericht gestuurd om na te gaan of we konden langskomen op 27 december. Geen antwoord. Het kon volgens de wettelijke feestdagen op de website. Ik dacht dat ik de pagina uit het hoofd kende, maar toen zag ik daar dat bericht. De mededeling dat de laatste visumaanvragen op dinsdag 19 december werden verwerkt. De volgende applicaties konden pas vanaf 2 januari. Shit.
We schrijven 17 december. Ik in België en Sekani in Nkhata Bay, zo’n 400 km van de hoofdstad. Dit was kortsluiting. Ik probeerde wanhopig een aantal zaken in orde te brengen, zoals de betaling via de online visumaanvraag en de geprinte en ondertekende brieven van organisaties die Sekani’s aanvraag geloofwaardig en betrouwbaar moesten maken aangezien hij weinig, eigenlijk geen, zaken kon voorleggen die hem als ‘goede, trouwe burger’ konden aanduiden, zoals een vast arbeidscontract of het bewijs dat hij een huis bezit op Malawische bodem. Sekani maakt helaas geen deel uit van de luttele procentjes ‘gelukkige’ burgers die een computer en dan ook een e-mailadres hebben, een gespijsde bankrekening of een mooi huis dat officieel geregistreerd staat.
Ik wist niet waar ik kon beginnen, want ik moest alles tegelijk doen. En ik moest Sekani kunnen bereiken en dat is vooral moeilijk als het moet. De pieren werden via mijn neus uit de zijne gevraagd bij het onlineformulier. Ik moest soms raden, want het spijt mij dat ik de geboortedatum van zijn broer niet ken.
En toen was hij daar, net op tijd. Ik in paniek en hij rustig en zelfzeker. ‘OK, I will travel to Lilongwe. I will do it.’ Gelukkig is de reisweg naar Lilongwe lang genoeg om een plan te bedenken over hoe ik al die documenten bij hem kon krijgen. Zonder e-mailadres en zonder computerskills. Ik werkte de ziel uit mijn lijf om alles rond te krijgen en duimde, hoopte, bad (bijna) dat vake de reisverzekeringspapieren op maandag zo snel mogelijk in orde zou krijgen, want dat was het allerlaatste wat nog ontbrak.
En toen was daar het besef dat ik dit Sekani niet kon aandoen. Wat een onmogelijke opdracht… En dit na al het geloop om zijn paspoort. Dit ook na zijn rustige leventje aan Lake Malawi, zijn Malawi waar hij perfect gelukkig is en waar hij helemaal niet weg wilt. Ik waai binnen en verander alles. Schud alles door elkaar. Hoe kon ik van deze man vragen om nu ook halsoverkop naar de drukte van Lilongwe te vertrekken om iets te regelen wat voor hem tegen het onmogelijke aanleunde? Ik stuurde hem een sms en een voicebericht. Twee kanalen zouden toch genoeg moeten zijn om hem te bereiken? Ik zei hem niet te vertrekken naar Lilongwe. We zouden dan wel wachten tot 2 januari, desnoods konden we zijn vlucht verzetten. En ja, dat kon mij heel wat centen kosten, maar dit komt gewoon maar eventjes bij de rest. En samen zijn, gaat gewoon boven alles. Foert.
De rust keerde terug in mijn hoofd. Ik had mij verzoend met het idee dat we misschien niet samen zouden reizen naar België en dat we wellicht nog heel wat geregel te goed hadden in Lilongwe. Maar ach…
De volgende morgen: Sekani. Boos. In paniek. En Murphy overal aanwezig. Godverdomme. Geen enkel bericht had hem bereikt. Hij was halfweg, op weg naar Lilongwe. Hij was om 3h ’s morgens vertrokken om een klus te klaren die hij niet kon. Iets wat ik van hem gevraagd had. Ik voelde alles tegelijk, maar vooral extreem veel paniek. Nog een keer. Dit werd echt te veel paniek voor één weekend. Een uur in- en uitademen kostte het mij om enkele gedachten op een rijtje te krijgen. Meer tijd kon ik mezelf niet geven. De enige richting was Lilongwe en daarmee konden we nu toch beter iets doen? We beslisten om het toch te proberen, zonder verwijten en vooral zonder verwachtingen.

Sekani vond David, een neef met een Facebookaccount en wat computerskills. Op maandagochtend stuurde ik alles door. Genummerd, opgelijst, gemerkt met kleurtjes en kruisjes, met net voldoende commentaar en instructies om door de bomen het bos te zien. Ik ging laat slapen en stond vroeg op om het dossier nog te versterken met foto’s, artikels, extra brieven etc. Vake had intussen hemel en aarde bewogen om de verzekeringspapieren in orde te krijgen. Het dossier was compleet. 35 bladzijden verantwoording voor hét systeem. Bij elke klik en elk document dat vertrok, voelde ik verlossing. Meer. Kan. Ik. Niet. Doen. Ik had dit niet meer in handen. Nu moest ik vertrouwen vertrouwen vertrouwen.
Sekani en David printten alles in een internetcafé. Ze stelden het dossier samen en controleerden alles met mijn lijstje. Ze namen kopies en trokken pasfoto’s en ik wachtte. Het dossier was compleet. Ik wist zeker dat het compleet was en vooral met liefde, heel veel liefde en toewijding samengesteld. In elke lettertje zat wat hulp verstopt. Van mijn ouders, mijn oudste broer, enkele vrienden, Fiona een Ierse die wist hoeveel inspanning nodig was om dit rond te krijgen, zelfs de gemeente Avelgem had een aandeel in een pakje van enkele tientallen bladzijden als toegangsbewijs voor meer tijd samen.
Sekani en David vertrokken via een foute omweg langs de Noorse ambassade naar de officiële visumdienst die de aanvraag moest verwerken. En toen werd het stil. Zoals zo vaak moest ik wachten op een bericht, een stem, een teken van leven. Een hele middag werd een avond en een nacht.

Op dinsdagochtend, opnieuw erg vroeg want ik ben stilaan helemaal aangepast aan het ritme van de berichten van mijn vroege vogel, kreeg ik een eerste bericht. Opnieuw paniek. Aan het kantoor waar de visumaanvraag moest gebeuren werd alle moeite, alle hoop, alles waarmee we al weken en maanden bezig waren, de grond in geklopt. Een dame had de dag daarvoor achteloos Sekani’s dossier bekeken. En alles was mis. Verkeerd visum. Verkeerde documenten. En bovendien was hij te laat. De deadline voor de laatste visumaanvragen was voorbij. En weet je wat? Als je dit dossier nu indient, dan laat ik het toch liggen tot na de feestdagen… Sekani was alles moe. Hét systeem is kak.
Ik stond perplex. Ik was helemaal klaar om alles op te geven. En Sekani ook. Alles behalve wij. Het was echt genoeg. Waarom werd er zo tegen hem gelogen? Ik wist zéker dat alles juist was. Weken was ik bezig geweest met het samenstellen van de documenten. En overal werd er vermeld dat er wél nog tijd was. Nog exact een dag.
Ik belde in paniek naar huis. Ik was zo verschrikkelijk moe. Het voelde zo absurd onrechtvaardig. Wie heeft het recht om te bepalen dat wij zo veel bergen moeten verzetten om gewoon wat tijd te kopen om samen uit te zoeken waar we naartoe willen?
En toen die laatste strohalm. Ik belde op aanraden van moeke naar de Noorse ambassade. Ik legde wanhopig uit wat er aan de hand was. Ik kreeg het met moeite op een rijtje. Ik wist dat dit niet de voorgeschreven weg was en was opnieuw klaar voor ontgoocheling. Maar er werd geluisterd. Het werd stil aan de andere kant van de lijn. ‘Heb je vijf minuutjes? Wacht je eventjes aan de lijn?’ Natuurlijk wachtte ik. Moedeloos. ‘Hallo?’
De komende uren waren warrig. Op hetzelfde moment praatte moeke op een van de medewerkers van de ambassade in. Vol overgave en zonder dat ik dat wist. Ze bracht hetzelfde verhaal, wellicht op een meer gestructureerde manier dan ikzelf, want ik was moegevochten en eindeloos ontgoocheld. Als collega’s hadden de dames overlegd. Dat waren mijn 5 minuten stilte aan de lijn.
‘Hij moet hierheen komen. Nu.’
Sekani bleek al opgebeld te zijn. Moeke had hem (voor het eerst) aan de telefoon gehad en had hem met spoed naar de Noorse ambassade gestuurd.
Sekani werd ontvangen en alle papieren werden gecontroleerd. Een uurtje later kreeg ik het volgende bericht: ‘Honey, I have very very good news. They have stamped it, they gave me the visa.’ Wat normaal gezien weken tijd vraagt, lukte nu op enkele uren.
Sekani werd begripvol en met respect ontvangen op de Noorse ambassade. Ze luisterden naar zijn verhaal, twijfelden niet aan zijn oprechtheid en fiksten in elke minuten de stempel die voor ons drie maanden tijd kocht. Alle shitzooi van de voorbije weken werd weggestempeld dankzij wat toeval – want ook voor de Noorse ambassade zal het redelijk bijzonder geweest zijn om een moeder en dochter met hetzelfde wanhopige verhaal aan de lijn te krijgen – en wat goodwill en mededogen van een Noorse en een Malawische vrouw.

Nog 5 dagen van 127. Ik tel af. Ik kan niet meer wachten. Mijn wachtreserve, mijn wachtpunten zijn volledig uitgeput. Er is nog net genoeg om deze laatste dagen te overbruggen.
Ik weet dat er 4 maanden komen en ik ben ongelooflijk nieuwsgierig en zeker van mijn stuk. Dus nu zit ik op mijn roze wolk. Eindelijk.

En dáárom  krijgt Noorwegen mijn 12 punten tijdens het Eurosongfestival. Ook met een draak van een nummer.

Advertenties

Read Full Post »

Bijna geruisloos passeert het: een bericht dat ik online bij De Standaard zag knipperen. Intussen werd het overgenomen op deredactie.be en na de zwemtraining die hier ergens als pauze tussen de alinea’s is geslopen, kreeg het nieuws ook wat aandacht op één. Het kopt in elk geval niet tussen de meest gelezen artikels.

‘Pas automatisch Belgische nationaliteit als beide ouders Belg zijn’.

Ik fronste toen ik het las. Ik knipperde. Las het nog eens. En nog eens. Tot ik zeker wist dat het er stond. We lezen dit en denken ‘zo zo’ en we scrollen verder.
Ik snap het niet. Waarom laten we dit zo achteloos passeren? Léés wat er staat!
Een kamerlid dient een voorstel in om kinderen wiens ouders niet allebei Belg zijn slechts ‘voorwaardelijk’ in de palm van ons Belgenland te laten schrijven. Tussen hun 18de en 28ste kunnen ze dan een burgerschapstest afleggen om te bewijzen dat ze het ‘verdienen’ om Belg genoemd te worden. Maar: er zijn uitzonderingen waardoor je een vrijstelling kunt krijgen. De Belgische staat schenkt je in bepaalde gevallen genade. Dan mag je na een papieren strijd tóch zonder test toetreden tot het clubje der Belgen. Op de tweede rij weliswaar. Ziet niet iedereen hoe vreselijk fout dit is?

Idiote ideeën zullen er altijd zijn en ik blijf nog steeds vurig hopen dat dergelijke zaken nooit (meer) een opening zullen vinden en effectief in onze maatschappij zullen worden neergepoot. Maar wat ik niet snap, wat mij echt zorgen baart, is dat dit niet op meer weerstand stuit. Als we dergelijke onzin horen, waarom komen we dan niet massaal in opstand? Waarom veroorzaakt dit geen kleine (liefst een grote) politieke rel? Zoals ik eerder aanhaalde, dit bericht staat zelfs niet eens tussen het meest gelezen nieuws. Laat het ons echt zo koud?
Dit zijn voorspellingen voor barre tijden. We negeren geen smeulend vuur, maar een smeulend zuur. Het bijt gaten in onze redelijkheid.

En hier zijn we weer: het heeft geen zin.
Het heeft wél zin, tenminste als iedereen reageert op zulke zaken die je tegen en vooral ín de borst stuiten.
Het afgelopen weekend vonkte het af en toe vanbinnen tijdens de stream of consciousness van Marc Colpaert voor de nieuwe KrisKrasreisbegeleiders toen de termen voice en vote terecht als verschillend, maar dooreengehaspeld werden aangehaald. Hoe kan het dat we in een maatschappij waar neoliberalisme het nieuwe volksgeloof is, waar zelfontplooiing boven alles staat en waar alle woorden en elke toon onder het mum van freedom of speech getolereerd worden, het populisme en kuddedenken zegevieren? We zijn o-zo-vrij in onze gedachten, maar hebben nog nooit zo hard gezwegen over faliekante onrechtvaardigheden. We hebben onszelf monddood gemaakt en onze weerstand beknot. We verdragen dat racisme, discriminatie, het creëren van tweederangsburgers, het negeren en zelfs bespotten van mensen in nood enz. als mainstream worden aanvaard. Dit is schijnvrijheid, want we houden onze kaken stevig op elkaar geklemd gesust door… wat?

En ondertussen… in de hoekjes van de online nieuwsberichten staat er te lezen dat de grootste humanitaire crisis sedert 1945 de hoorn van Afrika bedreigt. 20 miljoen mensen lijden honger. De hoorn van Afrika. Ver van mijn bed.
Sedert 1945, mensen. Weten we dan echt van niets?

Read Full Post »

Vier jaar later

Hoewel ik to-taal geen inspiratie heb, is er wel de behoefte om iets te schrijven. Ik wil een link levendig houden, zeker omdat het tien jaar geleden is dat ik met mijn ogen dicht en mijn hart open in een avontuur sprong.
Hoe kon ik toen vermoeden dat ik zo hard verbonden zou blijven?

Ik ben altijd en overal ontheemd. Nooit helemaal heel. Mijn tropenkoorts die nooit zal overgaan.
Verwijt mij pathetiek en drammerigheid. Echt. Ik vind het zelf ook flauw hoe ik dit nergens en nooit kan loslaten. En ik hoor mezelf ook heus te veel dezelfde dingen vertellen. Ik echo vooral in mijn eigen hoofd. Dan hamer ik in gedachten: zwijg! Maar niemand kan me tonen hoe ik die honderden verhalen kan inslikken. En vooral: wie leert me om met die verhalen ook de heimwee weg te duwen?

Ziba stierf vier jaar geleden in een auto-ongeluk. Omdat hij het meest vaste fundament is van wat ik hierboven met de nodige drama omschrijf, verdient hij een jaarlijks hoopje woorden. En ook al zijn ze niet altijd even gevleugeld of spannend, ze zijn helemaal voor hem, geweekt en gekweekt in de diepste dankbaarheid om het stillen van een honger naar warmte, (uit)waaien en weten.
Vandaag omarm ik dus mijn saudade (een klein weetje: ‘saudade’ is een van de meest onvertaalbare woorden ter wereld. Samen met ons ‘gezellig’ of het hierboven gebruikte ‘uitwaaien’. Hoe schoon en boeiend is dat niet?) en in mijn omarming zit mister Ziba liefdevol gekneld tussen oude herinneringen en verse verwachtingen.

Read Full Post »

Alles ontploft. De sociale en minder sociale media. De wereld, de mensen, mijn kop.
Ik probeer te vechten en niets te posten, maar mijn handen eindigen toch weer op het klavier. Deze keer niet met dansende vingers, maar met harde, klamme en haperende slagen. Shit.

Je hebt niets aan mijn idealistische gekraai of politiek-utopisch huppeldepupgedoe. Je wordt geen rijker en voller mens na het lezen van de binnenkant van mijn hoofd. Ik wilde dat ik iets écht kon bijdragen, maar al die wegen leiden blijkbaar naar ontgoocheling en uiteindelijk verbittering. En net dat kan mijn tere zieltje niet aan.
Ik voel mij hier niet thuis. Het sneltempo waarin deze net iets te existentiële momenten elkaar opvolgen, wordt echt lastig. Ik wilde dat ik harder was, meer nuchter en sterker. Anders. Dat mijn hart niet zo week was als een bananenpannenkoek en mijn hoofd niet zo open en vol was als een… ja, als wat eigenlijk?
Hoe kan het dat dit mij opnieuw zo raakt? Ik wil een stolp waar alleen nog licht door kan. Ik wil een zeef om de smurrie te kunnen filteren. Of een hand op mijn schouder die zachtjes knijpt en zegt: ik begrijp je. Helemaal.
Nog eens shit.

Bespaar mij alsjeblieft de trek-het-je-niet-aanretoriek of de vingerwijzende analyses. Het is wat het is en ik voel mij voor de zoveelste keer bescheten als een paal in een baai. Hier moet ik het mee doen. Hier moeten we het allemaal mee doen. En ik vind het niet plezant.

Read Full Post »

Vandaag werkte ik enkele achterstallige aflevering af van Terug naar eigen land. Toegegeven, een GOT- of Dextermarathon op een woensdagmiddag klinkt geloofwaardiger en wellicht ook iets opwindender. Toch vond ik dat het tijd was om, na een reeks CSI-afleveringen en enkele chick flicks, mijn digibox op een zinvolle manier op te kuisen.

Enkele weken geleden werd ik eventjes van mijn sokkel geblazen door een driekwartaflevering die ik toevallig al zappend oppikte. Terwijl ik ’s avonds keihard flarden bagger kan consumeren en reclameblokken gretig weg klik op zoek naar nog meer zinloze tv-prut, had ik die keer de leeghoofdige filmpjes tussendoor nodig om beeld voor beeld van mijn netvlies weg te pinken. De reclame bleef spelen en zette de heftige indrukken een vijftal minuten op pauze.
Ik hou van dergelijke tv-programma’s als kleine vensters op de wereld. Ze sijpelen mijn huiskamer binnen en blijven toch eventjes kleven. Maar deze keer was ik écht onder de indruk. Ik had de eerste aflevering gemist en werd meteen naar de vluchtelingenkampen in Afrika en het Midden-Oosten gekatapulteerd. Dit kwam zo dichtbij. Dit werd zo echt.
Ik denk dat ik met gemak onder de categorie ‘gevoelige kijker’ kan ingedeeld worden. Ik kan oprecht snotteren bij Het journaal of bij een aflevering van Vranckx. En ik leef al mijn leven lang mee met Het Onrecht in de wereld (jawel, met een hoofdletter) en de voorbije maanden met het lot van zóveel mensen op de vlucht. Maar dit werd zo akelig echt omdat het ogenschijnlijk door jouw en mijn ogen werd gefilmd. Ik voelde de verontwaardiging van de reizigers, ook over elkaars uitspraken, blikken en gedachten. Ik voelde ook ongelooflijk veel warmte en sympathie voor bepaalde bekende koppen. En man, wat werd ik boos, triestig en moedeloos door de verhalen die werden getoond.

Ik wil allerminst mijn kijk op het hoe en waarom van deze shitzooi ventileren. Ik geloof niet dat ik hier genoeg van af weet om als zoveelste met enkele gevleugelde woorden een analyse te maken die steunt op wat de media mijn hoofd en mijn huis binnenbrengt. Ik geloof ook dat bijna iedereen zijn eigen kijk en gelijk heeft over deze uitzichtloze problemen. Het is niet mijn bedoeling om opnieuw een pleidooi te houden voor of tegen, op of onder, naast of boven. De programmamakers slagen er sowieso in om de gedachten van een grote groep Vlamingen, Belgen, misschien zelfs Europeanen, een gezicht te geven door heel secuur zes verschillende bekende mensen te kiezen die voor ons kunnen spreken. Ik hoef er dus niet eentje (of twee) uit te pikken om gedachten die tegen de mijne aanleunen te herkauwen.

Wat wil ik dan wel? Ik wil mijn algemene verontwaardiging uitdrukken, mijn onbegrip voor deze kille en harde maatschappij. Hoe mensonwaardig moet iets zijn om, eindelijk ontdaan van alle vooroordelen en elk beetje opportunisme om ons leven en lijf, volledig losgekoppeld van ons ik-gefocuste denken en zijn – kortom: helemaal gestript als mens – diep verontwaardigd te zijn? Waarom zien we in om het even welke situatie ook onze eigen mogelijkheden, beperkingen, winsten en verliezen? Waarom kunnen we niet los van onszelf met heel ons lijf empathisch zijn, afkeuren en vooral diep geshockt zijn?
Je werpt op: miserie is van alle tijden. Maar dit is onze huidige maatschappij: onze westerse technologieën, mondiale filosofieën, ons vermogen om de wereld rond te reizen (fysiek, mentaal en digitaal), onze onbeperkte toegang tot kennis en informatie, ons land waar bonussen van 350 miljoen euro kunnen worden uitgereikt, ons continent waar je met één voetbalmatch 730 duizend euro kunt binnenrijven. Alles kan en alles mag. En toch botsen we binnen de muren van oneindige mogelijkheden voortdurend op onze grenzen en dat omdat we overmoedig zijn.
We zijn slechts passanten, geen bezitters van tijd of ruimte. We vergeten dat overmoed een leidmotief is en blijven onszelf veel te belangrijk vinden. Alvast belangrijker dan die mens in de miserie, ver weg en ook dichtbij. Er is begrip voor die miserie, maar ze mag maar zover reiken tot zij onze grenzen raakt. Voor we beginnen aan een resem goed en minder goed beargumenteerde bezwaren, kunnen we dit niet eens samen allemaal heel heel erg vinden?

Read Full Post »

Avelgem, 28 februari 2016

Lieve Ziba
Adada
Basambizgi

Vandaag is het precies drie jaar geleden dat je verongelukte. Nakumbuka. Nalua yayi. Ik weet het nog. Ik vergeet het niet.
Ik weet nog heel precies hoe ik Khonje haar berichtje las. Ik hoef niet te graven, mijn ogen niet te sluiten. Jouw verlies voelt vandaag opnieuw vers. Maar er is niets mis met het toelaten van alle gevoelens die hierin genesteld zitten. En ik geef ook toe: het is niet enkel het verdriet dat blijft kleven. Denken aan jou, ook aan jouw pijnlijke afscheid, is verweven met zoveel dankbaarheid, zoveel warmte. Het litteken van jouw verlies doet geen pijn meer. Het is er zeker wel, maar het blijft geen wonde. Het maakt van mijn huid een unieke reliëfkaart. Een vel met een schoon verhaal.

Ik blijf geloven in onbaatzuchtigheid en hartelijkheid. Ik zie het niet altijd en ik zie het ook niet helder, maar dat is misschien omdat ik niet goed kijk. In jouw land is alles open, buiten en zichtbaar. Hier zit heel veel goedheid verborgen in de kieren van kleine gebaren. Wolken zorgen voor een troebel zicht, maar scherpen mijn andere zintuigen aan zodat ik kan blijven zoeken en vinden. De voorbije weken kwam het in de vorm van een bord wortelpuree, een wandeling, een stapel wafels of klaaskoeken, een bericht, een doos nijlpaardchocolaatjes, een overgenomen les Nederlands of Latijn, een koffie, een autorit, een slaapplaats of een kom soep.

Deze keer wil ik dus niet uitweiden over mijn ongenoegen, mijn boosheid, mijn angsten, mijn ongeloof of over mijn zorgrimpels omwille van het politieke en sociale klimaat. Vandaag laat ik de wolk toe en buig ik hem om naar een sluier die enkel het positieve filterend doorlaat zodat ik met alle andere zinnen kan nagenieten van alle mooie herinneringen die nazinderen en een stafkaart vormen voor alles wat nog lonkt.

Read Full Post »

Dit maalt te hard in mijn maag. Ik voel me met mijn hele denken en zijn, mijn hele hoofd en lijf, genoodzaakt dit te delen.

Enkele dagen geleden stootte ik per toeval op een blogbericht over vluchtelingen in Europa. Ik verwachtte niets anders dan een fijn staaltje eigen-volk-eerstretoriek, iets wat we de voorbije weken stilaan als dagelijkse kost zijn gaan beschouwen. Maar ook als iets wat nooit went. Iets waar ik nooit aan wil wennen of immuun voor wil worden. Toch weiger ik om boos, agressief, aanvallend te reageren op mensen die een andere richting uit kijken dan ikzelf. Ik begrijp dat sommigen bang zijn voor wat onbekend is. Deze angst wordt tenslotte met dure woorden gretig aangewakkerd door mensen die een zeker mandaat gekregen hebben. Je kan er niet om heen: angstpolitiek in een populistisch jasje werkt.
Tot daar kunnen mijn hart en hoofd wel wat verdragen. Tot daar kan ik bepaalde zaken plaatsen, kaderen en heel soms zelfs klasseren. Het laat me niet koud. Integendeel. Ik slik. Maar de brok vindt uiteindelijk een weg door mijn keel omdat ik nog steeds wil geloven dat mededogen en vertrouwen het zullen halen van onverschilligheid en angst.

Maar mijn oog viel op iets wat ik niet onbewogen kon weg klikken of slikken. Ik scrolde te ver naar beneden en belandde in de kerker en de marge van de blog. Wat volgde op de post die ik las, oversteeg de grenzen van wat dit gestel kan verdragen. Ik hoef het niet letterlijk te herhalen als een smet op deze tekst, maar ik kan verzekeren dat ik in enkele regels tijd 75 jaar terug werd gekatapulteerd. Het was ziek. Ik werd ziek. Ik kan onmogelijk begrijpen dat een mens een andere mens op basis van etniciteit, religie, politieke overtuiging of wat dan ook in deze gradatie kan verachten. Ik begrijp niet dat wat vijf jaar geleden als onvoorstelbaar marginaal en tot-op-het-bot-fout werd voorgesteld in reportages en duidingsprogramma’s, vandaag algemeen aanvaard gedeeld en geliked kan worden. Ik word op mijn beurt angstig, opstandig en vooral intriest als ik ontdekt dat dit gedachtegoed niet automatisch als gevaarlijk en zorgwekkend wordt beschouwd door elke vezel in deze samenleving. Tot hier reiken mijn grenzen van verdraagzaamheid.

Wat ik wil zeggen: ik wil en kan niet aanvaarden dat onze maatschappij ook maar ruikt naar wat ik gelezen heb. Laat ons alsjeblieft niet zo achteloos omgaan met woorden. En al zeker niet met mensen.

Read Full Post »

Older Posts »